is toegevoegd aan uw favorieten.

Golgotha

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

106

in vrij goeden staat, de architect had nogal gebruik weten te maken van de materialen, die het land opleverde en althans de grondslagen doen vervaardigen van harden kalksteen. De muren waren opgetrokken van cement en klinkers, de vloeren bestonden uit kunsteloos mozalk, deels uit planken, itt de slavenafdeeling uit gestampt leem. Overdadig weelderig kon het huis niet genoemd worden, uit alles bleek, dat de eerste eigenaar, Publius Domatus, niet van plan was geweest er een familie-erfstuk van te maken. De eenige weelde vormden de negen Corinthische kolommen van het peristylum, die uit gevlekt marmer gebeiteld waren. Het waterbekken in het midden daarvan daarentegen bestond weer uit gewonen gepotijsten tufsteen. Toch maakte dit een zuiveren indruk. Als men den donkeren ingang ten einde was, werd men prettig getroffen door den zonnelichtbundel, die door het open peristylum naar binnen viel, de bezoekers zwegen een oogenblik en lieten de stemming van deze intieme ruimte op zich inwerken, een bijzondere stemming, die oorsprong vond in de smettelooze lijnenschoonheid van de rijzige marmerschaften en het gemurmel van een kleine fontein, die in het midden van het waterbekken opsprong.

Matthat kon zich den tijd niet herinneren, dat hij hier het laatst geweest was, maar hij behoorde tot de menschen, die nooit iets vergeten, de gebeurtenissen van voor twintig jarenher kwamen met zulk een levendigheid in zijn geheugen, dat hij zich met kracht moest voorhouden, dat hij oud was geworden. Plotseling waande hij zich terug in dien vervlogen tijd, hij bemerkte niet, dat het gras tusschen de kolommen verwilderd was, de rozenstruiken verschrompeld en weggestorven en de witte scheerling alle andere bloemen had verdrongen. Het stuc langs de galerijwanden was gebarsten van weer en wind, de verf verkleurd,