is toegevoegd aan uw favorieten.

Golgotha

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

108

was de onbeholpen badgelegenheid. Een vluchtig overzicht van de inrichting, die de vroegere quaestor had laten aanbrengen, overtuigde haar, dat hier een voldoende bevrediging van haar wenschen was, maar Kerdon waarschuwde haar, dat de mogelijkheid bestond, dat de wateraanvoer wellicht gestoord kon zijn. Hij riep den timmerman en den smid, die buiten wachtten, en gelastte hun een onderzoek in te stellen naar de geleidingen, die het water, dat de bodem ongetwijfeld niet bevatte, van uit het gebergte moesten aanvoeren.

Het was op dit oogenblik, dat Noemi's wantrouwen begon te ontwaken. Zij was doorgedrongen in het zalfvertrek en had een menigte potjes en flacons ontdekt, weliswaar leeg en met stof bedekt, maar de sterke geuren der olieën en zalven lieten zich na

zooveel jaren nog nauwkeurig onderscheiden. Noemi berook eenige flesschen en verbaasde zich: dit was geen gewone verzameling van toiletbenoodigdheden, maar een inrichting, die alleen een schatrijk liefhebber zich kon veroorloven. Haar vader kwam binnen, juist toen zij een flacon onderzocht, die eenmaal een kostbaren balsem moest bevat hebben.

«Dat is cuprinum, vader. Wie heeft dat in 's hemelsnaam gebruikt?"

Matthat veinsde een hardgrondige onverschilligheid.

«Hoe kan ik dat nu weten kindlief. Daar heb ik zoo geen verstand van. Ik zal mijn geheugen eens opfrisschen om te weten, wie ik hier een twintig jaar geleden alzoo te logeeren had."

Noemi vroeg niet verder, indien zij hem geloofd had, zou zij scherper onderzocht hebben, maar het was haar stellige overtuiging dat haar vader loog, en daardoor miste zij de onbevangenheid vol te houden. Zij ging terug naar het frigadarium en zag er het water reeds instroomen, er ontbrak blijkbaar nog niets aan de oude geleidingen.