is toegevoegd aan uw favorieten.

Aan den rand van het bosch

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

92

„Rijtuig wacht U te Apeldoorn." Om alle mistverstand te voorkómen teekende ik voluit: „Mr. Willem Hendriks, advocaat uit 's Gravenhage".

Op verzoek van mijn vriend belastte ik mij ermede, den koetsier de noodige aanwijzingen te geven. G.G. zelf wilde, onder de bestaande omstandigheden, het huis niet verlaten. Nadat ik mij van mijn opdracht gekweten had en het rijtuigje had zien wegrijden zoo snel het kleine, maar krachtige paard het trekken kon, keerde ik langs het boschpad naar het huis terug.

G.G. had in dien tusschentijd Maud in het vertrouwen genomen en deze had de zware taak aanvaard, den doofstommen jongen voor te bereiden op wat deze thans onvermijdelijk spoedig vernemen moest. Zij was met hem in de huiskamer. Kobus was in de keuken gebleven en G.G. trof ik aan, achter het huis heen-en-weêr loopende op hetzelfde pad, waarop de verdwenen heer des huizes dat zoo dikwijls gedaan had.

■ De gedachte aan Van Noort was mij, sinds de ontdekking van het lijk zijner zuster, niet uit het hoofd geweest. Waar was hij ? .. . Waarom had hij den vorigen avond óns en de andere huisgenoten opgesloten? . . . Was hij, evènals zijn zuster, hét slachtoffer van een geheimzinnige misdaad geworden? . . . Of was het mogelijk ... ?

Hier rezen vermoedens, die ik het niet waagde verder te formuleeren, zelfs niet in het verborgene van mijn intiemste gedachten! Voorloopig was het beter, mijn „denken" wat in toom te houden en mij te beperken tot wat ik wist en gezien had.

„Geoffrey" — zeide ik, nadat ik mij bij hem gevoegd en eenigen tijd mét hem achter het huis gepatrouilleerd had, „je hebt mij beloofd, dat je mij later zoudt zeggen, hoe je ertoe gekomen bent, de aanwezigheid van dien kelder onder het huis te vermoeden. Vind je niet, dat het tegenwoordige oogenblik zeer geschikt is om daarvoor te worden gebruikt?"

Even keek hij mij aan, met in de oogen iets, dat naar ongeduld zweemde; maar toen glimlachte hij.

„Waaróm ook niet?" — zeide hij. „Je zult mij anders tóch rust noch duur laten. Alleen verwondert