Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Afhankelijk van de omstandigheden legge men voorloopig arrest in een politiekamer dan wel in het kwartier op.

(2) Ingevolge L. O. 1916 A 100, kan aan in de provoost in voorloopig arrest gestelde militairen de door hen gewenschte lectuur en het gebruik van schrijfgereedschap worden toege-

' staan; ook kan aan hen de gewone nachtligging verstrekt worden..

(3) Misbruik van het recht, bedoeld in Art. 4 R. L., en ongemotiveerde toepassing van het voorschrift van Art. 5 R. L. zullen in lichte gevallen disciplinaire overtreding uitmaken; in meer ernstige gevallen zyn zij strafbaar volgens Art. 282 W. v. S. '). Onvoldoende opvolging van het voorschrift van Art. 5 R. L. vormt disciplinaire overtreding.

(4) Tot wegneming van twijfel of de militaire macht bevoegd is om, tot tenuitvoerlegging op een militair in werkehjken dienst van een krijgstuchteljjke straf of van een krachtens Art. 4 of 5 R. L. aangezegd arrest, een woning tegen den wil van den bewoner binnen te treden, wordt er in L. O. 1915 A 103 op gewezen, dat militairen, aan wie tot zoodanige tenuitvoerlegging order is gegeven, uitmaken de tot aanhouding bevoegde openbare macht, zoodat zij, wanneer hun de bij Art. 3 onder 2° der Wet van 21 Juli 1890 (Stbl. N". 127) bedoelde last is verstrekt, de bij dat artikel toegekende bevoegdheid kunnen uitoefenen.

• Deze last behoort alleen bij bepaalde noodzakelijkheid te worden gegeven en — behoudens dringend geval — eerst nadat aan eene schriftelijke last tot melding geen gevolg is gegeven. Afschrift van het van de binnentreding op te maken proces-verbaal moet aan het D. v. O. ingezonden worden.

(5) Politiehulp bij aanhouding van militairen.

Bij L. O. 1918 A 95 is, naar aanleiding van ingekomen bezwaren over het niet voldoen door agenten van politie aan verzoeken van met rang bekleede militairen om hulp te verleenen bij het aanhouden van minderen, die zich aan een krijgstuchtelijke overtreding schuldig maakten, het volgende ter kennis gebracht:

1°. Agenten en hoogere ambtenaren van Rijks- en Gemeentepolitie zijn niet verplicht hulp te verleenen bij het

') Art. 282 W. v. S.:

H\j die opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid berooft of beroofd houdt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren en zés maanden.

Indien het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.

Indien het feit den dood ten gevolge heeft, wordt h;j gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.

De in dit artikel bepaalde straffen zijn ook van toepassing op hem die opzettelijk tot de wederrechtelijke vrijheidsberoving oone plaats verschaft.

Sluiten