Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

dientengevolge de Staat in een minderwaardige positie zijn nieuw bedrijf zal aanvangen.

Wil men al deze bezwaren ondervangen, dan is het eenige middel aanzienlijke premieverhooging. Dit komt echter neer op kapitaalsvermorsing, omdat dan niet gelukt het door den Minister beoogde doel om de thans behaalde winst aan zich te trekken, ten einde een klein laagje in de schatkist te krijgen. Immers de thans behaalde winst blijft in onzen gedachtengang tusschen kade en schip hangen en gaat zonder eenig voordeel voor de gemeenschap verloren, terwijl een deel van de premieverhooging, in het gunstigste geval de geheele premieverhooging, in de schatkist terecht zal komen, hetgeen dus neerkomt op een nieuwe belasting op de eigenaren van roerend en onroerend goed, die men evengoed zou kunnen treffen zonder het brandverzekeringsbedrijf aan den Staat te brengen.

Is het voor den Staat allesbehalve aanbevelenswaardig het brandverzekeriugsbedrijf aan zich te trekken, met de monopoliseering van het levensverzekeringsbedrijf zou het nog veel slechter gesteld zijn.

Allereerst reeds, omdat bij dat bedrijf twéé zaken buitengesloten zijn, waarover men bij het brandverzekeringsbedrijf wel de beschikking had, en wel:

a. omdat de Staat niet dwingen kan tot levensverzekering. Hier houdt de Staatsalmacht op. Zij kan het publiek niet voorschrijven, voor welk bedrag ieder verplicht zal zijn zich te verzekeren. Zij kan mede niet, althans zeer bezwaarlijk, de premie op de wijze der belasting dwingend incasseeren. De Staat kan bovendien niet dwingend optreden, omdat er tal van personen zijn,

Sluiten