is toegevoegd aan uw favorieten.

De eerste mei

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zal het lang duren", vraagt Peters met hakkelende, bevende stem.

„Dat kan ik je niet direkt zeggen," het ontwijkend antwoord.

„Wat mankeert me dan dokter?"

„Je hebt een hevige kou opgeloopen, maar dat is toch ook wel je eigen schuld, Peters."

„Waarom mijn schuld?"

„Wel, ik heb je van nacht gezien met niks als een hemd op je bloote lijf en dat bij zoo'n kou."

„Ik moest m'n kinders toch uit het huis dragen, ik had geen tijd om iets aan te trekken."

„Ja... ja, dat laat zich begrijpen."

„Zal het lang duren, dokter?"

„Dat kan ik je nou zoo direkt niet zeggen," zooals ik al zooeven zei.

„Ik mag met lang ziek zijn, docter, hoor je; ik moet weer gauw aan het werk, geld verdienen voor m'n vrouw en kinders, die nu ook niets meer hebben; ze moeten toch eten; 't mag met lang duren, onmogelijk, hoor docter.

Ja, maar, dat zal toch zoo heel gauw niet kunnen gebeuren, dat je weer aan het werk gaat; het dak moet toch eerst op de smidse.

„Neen, neen, zoo lang kan ik niet wachten; ik zal nnj in dien tijd ergens als knecht verhuren; iedere smidsbaas zal mij graag hebben, daar ben ik niet bang voor; ze kennen mij tot twintig uur in de contree; ik moet, ik moet weer gauw beter zijn, hoor je, docter?"

91