is toegevoegd aan uw favorieten.

De kinderen hunner ouders

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

115

nu heeft, die Carmen, zooals dat kanjer zich liet noemen — een goeie naam voor dat loeder — 't was een echte Carmen, zoo als ik ze in de comedie gezien heb, toen ik ook nog in het leven was. — U zult zien, onthoudt wat ik u zeg, voor die komt er nog eens een dag, dat zij loopt te bedelen, als er nog geen erger dingen met haar gebeuren, als ze haar niet op 'n goeien dag nog achter de tralies zetten."

Snel is Anneke opgesprongen uit haren zetel; met driftige stappen is zij geloopen naar het venster om niet meer te zien die vrouw, om niet meer te hooren dat kakelwijf.

Deze heeft begrepen — „kan ik Madame soms nog met iets van dienst zijn?"

„Neen dank u."

„Dan zal ik maar gaan."

„Goed."

Den Hemel zij dank, dat zij weg is, dat wijf met haar gemeene praatjes; die dacht zeker, dat ze zich niet had te geneeren, dat ze zich dat alles mocht permitteeren tegenover haar, tegenover een ook van het soort van die Carmen .... jasses, jasses, wat is er van haar geworden in dien éénen nacht.

Roger heet hij dus.... Roger, haar verleider.... 'n goeie, brave jongen en.... rijk.... Roger.... zou dat zijn echte naam zijn of zijn voornaam — zij zal het hem vragen, als hij weer komt.... Hemel.... wat.... wat, als hij ook zal vragen haar naam.... zal zij dan moeten zeggen, Anneke Knops, uit Roosdaal.... dan zal hij ook gauw weten.... wie.... wat zij is, het kind van welke ouders — dat doet zij niet; zij heeft er al genoeg door geleden