is toegevoegd aan uw favorieten.

De kinderen hunner ouders

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

117

beau, „les mémoires d'une femme de chambre", zoowat is zij ook geweest in het hof van Roosdaal — bah, hoe gemeen, na het lezen van enkele bladzijden, zeker ook iets van die Carmen, terwijl zij het boek dichtklapt, het vol walging neersmijt.

Buiten nog immer de sneeuw, die neervalt in rechte lijnen uit den loodgrijzen hemel — Goddank, dat zij niet meer gedwongen is te loopen over die witte straten, dat zij hier mag blijven in die mooie kamers, bij die warme kachel.... maar met welken prijs heeft zij dat alles moeten betalen, met haar onschuld.... met haar eer — allo, allo daarover zich den kop niet langer gek maken — 't is gebeurd, daar is niets meer aan te doen.

Zij heeft geslapen dien nacht, lang, tot het licht geelt door de vensters, tot zij hoort het rinkelend rumoer van neergezet servies in de aangrenzende kamer. Verwarde gedachten in haar brein, die komen en gaan altijd onrustiger.

Vandaag zal hij weer komen.... wat zal hij dan doen.... zal hij haar de hand reiken.... of kussen en wat zal hij zeggen.... o ja haar naam vragen en dan.... niet zeggen, dat ze „Anneke Knops" heet.... waarom niet Anneke — d'r zijn er zooveel van dien naam op de wereld.... die naam zal haar niet verraden, als hij soms eens precies wilde weten wie zij was, wat er met haar gebeurd was.... maar „Knops" niet, hoe dan wel.... wacht eens even — een van de meisjes van het hötel heette Maria Broers — als zij zich ook zoo noemde of bijna zoo, Anneke Boers, daar zou nooit iemand haar iets voor kunnen maken.... Anneke Boers, laten ze dan maar zoeken naar het verleden....