is toegevoegd aan uw favorieten.

De kinderen hunner ouders

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

118

Anneke Boers, laat ze 't goed onthouden zich niet vergissen, als die Roger terug komt Anneke Boers.

Langzaam met onwillige handen kleedt zij zich aan, eet enkele brokken van het voor haar gereedstaand ontbijt en toen weer voor het venster, weer den blik naar die immer en immer neerwriemelende vlokken, naar dat witte tapijt, waarover met gebogen ruggen voorthollen de menschen, ijzig koud, de handen diep in de zakken met opgeslagen kragen over de ingedrongen halzen in de hoog opgetrokken schouders.

O God— hij — hij, en snel staat zij op, verwijdert zich van dat raam.

't Hamerstoot in haar, 't dreunt in haar hart, als zij hoort zijn stap op de trap — een zacht kloppen — zij kan geen geluid geven uit den dicht gewrongen keel.

Weer dat kloppen en steeds dezelfde doodsche stilte — eindelijk 'n zacht draaien aan den knop en de deur gaat even open; zij ontwaart zijn hoofd, dat bescheiden naar binnen gluurt.

„Mag ik binnen komen, Mademoiselle ?"

Geen antwoord.

En wijder, wijder die deur, welke geruischloos openschuift, tot hij staat in de kamer.

Enkele langzame schreden tot bij haar.

Een voelen in haar of haar kleed haar leden niet meer bedekt of hij weer haar naaktheid kan zien, zooals hij die gezien heeft.

„Bent u nog altijd boos op me, Mademoiselle" met angstige, schier toonlooze stem.