Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

GODSDIENST ÉN GODSDIENSTEN.

2. Godsdienst en Godsdiensten.

3. Wat de ware Godsdienst is. Des menschen hoogste levenstaak is God te dienen, want daartoe heeft God, die alles gewrocht heeft om Zijns Zelfs wil, ons geschapen. En te meer zijn wij daartoe verplicht door de verlossing die in Christus Jezus is.

De ware godsdienst wordt beschreven als „God te kennen, te beminnen, te genieten en te verheerlijken." Hiermee echter wordt niet zoozeer een beschrijving van den waren godsdienst gegeven, als wel de elementen genoemd die er toe behooren. God te kennen is van den waren godsdienst de voorwaarde, Hem te beminnen de bron, Hem te genieten de subjectieve vrucht en Hem te verheerlijken het doel.

Volgens een andere beschrijving is de ware godsdienst: toewijding aan God met alles wat wij zijn en hebben. Zoo wordt in Rom. 12:1 gezegd dat „onze lichamen te stellen tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande" is „onze redelijke godsdienst". Hierin ligt uitgedrukt, dat de liefde tot God de bron is, want niet zichzelven zoeken, maar zich toewijden kan uit geen andere bron komen kan die der liefde, 1 Cor. 13 : 5. Uit liefde tot God wordt de drang geboren om alles wat wij zijn en hebben, zoo te gebruiken als Hem welbehagelijk is, en tot Zijn verheerlijking kan dienen. Heel ons leven zal meer godsdienstig zijn in den waren zin, naar mate het meer wordt beheerscht door liefde tot God.

Het kortst zegt het ons het woord godsdienst zelf, Godsdienst is God te dienen, en de ware godsdienst is, God te dienen zooals Hij gediend wil worden, en het ons in Zijn Woord heeft voorgeschreven, dus: Hem te gehoorzamen, Zijn woord te bewaren, Zijn wil te doen. Matth. 7 : 21, Joh. 14 : 15. 21, 23, 1 Joh. 5 : 3. Geen daad is een werkelijk godsdienstige daad, tenzij zij bedoelt God te dienen. Ons opgaan naar het bedehuis b.v. is godsdienst naar mate het ons te doen is, niet allereerst om zelf gesticht te worden, maar allereerst om God te dienen, Zijn wil te doen.

Matth. 7 : 21. Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, die in de hemelen is.

Joh. 14 : 23. Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zoo iemand Mij liefheeft, die zal Mfln woord bewaren; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en wij zullen tot hem inkomen en woning bij hem maken.

4. Valsche Godsdiensten. Tegenover den waren godsdienst staan de valsche godsdiensten, die eigenlijk den naam van „godsdiensten" niet kunnen dragen, niet alleen omdat het niet is de ware God, die Zich in Zijn Woord

Sluiten