is toegevoegd aan uw favorieten.

De ondergang van het dorp

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verwarden en toch hoopvol deden voorwaarts zien. Henk's gedachten waren die twe jaren niet geweest zonder Liesbeth's beeld; hij verlangde naar het geluid harer stem, naar den klaren gloed harer ogen. Hij glimlachte om de wereldse vrouwen die hij in de stad bij vrienden en enkele verre verwanten ontmoette, om de weelde harer kleding, de ledige precieusheid der gesprekken; hij dacht aan den eenvoudigen tooi van Liesbeth's schone gestalte en den geestdrift van haar woord. Hij had haar lief en begeerde haar tot vrouw. En het scheen hem ook een bekorende en moedige daad, dat hij, de landjonker, het volkskind tot zich ophief, haar als een gelijke toonde aan de maatschappij.

jhr. Jan Bolaert fronste de wenkbrauwen toen zijn zoon hem dat verlangen zeide. In de afzondering van zijn donker vertrek, zijner eenzame bossen, had hij dit niet vermoed; Henk had hem zelden van het meisje gesproken. En nu, langen tijd zwijgend, mijmerend, overwegend, begon hij te vrezen dat eens, en dan te laat, de tradities van het edele patricise bloed en de driften der uit duister verleden opgegroeide ziel, nu sluimerend in gemeenschappelijken droom, zouden ontwaken en in de botsing harer begeerten twe levens verminken. Hij vreesde de snelle kuituur van het jonge meisje. En tegelijk voelde hij hoe zwaar het viel de denkbeelden der vrijheid in het leven tot daden te herscheppen; de afkeuring van vrienden en familie Zou hem onaangenaam wezen; zijn trots, in het bloed geërfd, verzette zich tegen de verbreking der traditie.

Evenwel stemde hij toe, spottend met zijn eigen vrees, zijn verouderden trots. Hij wilde het jonge leven vrij laten in begeerten die hij niet begreep; hij was immers oud; hoe zou hij de nieuwe tijden geheel kunnen begrijpen .... En echter gaf hij een raad aan zijn zoon, den raad van geduldig te wachten, elkanders

86