is toegevoegd aan uw favorieten.

Drie vertellingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was het oneindig ergere: de kans, een afkeer te lezen in zijn blik; zijn blik, die het liefste was op deze wereld, en niet van deze wereld alleen; zijn blik, waarvoor alleen zij mooi wilde zijn en bevallig. Als zij dit offer, haar geluk, moest brengen, zou het zijn. Zoo wachtte zij, zonder verweer, als een gevangen vrouw die gebonden wordt in den slaap, en iedere dag wond het klemmend snoer dichter om haar vast.

XI

Aan het hoofd van zijn overwinnend leger was de koning Alexandrië, zijn hoofdstad, genaderd. Morgen, in den vroegen ochtend, werd hij verwacht.

Berenice waakte den langen nacht door. Alle lampen brandden in het vertrek; zij moesten de angstdemonen der duisternis weren. Maar het scheen, dat die zich niet heten verjagen; dat hunne aanwezigheid nu grijnsde in de flikkeringen zelf van het licht. Zoo lag de koningin op haar rustbank in 't midden der kamer, de oogen dicht, de handen voor de oogen, het hoofd voorover in de kussens gedrukt.

In den vooravond had zij al hare bedienden ter rust gezonden; alleen de voedster waakte in het voorvertrek, en zou des konings komst kondigen, indien hij soms vóór den morgen mocht komen; maar dit was heel onwaarschijnlijk, want het oud priestergeloof achtte het een ongunstig voorteeken, als de koning

91