Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

was, zóó na aan het toppunt van volmaaktheid te zijn genaderd, dat men het recht had te zeggen, dat de grens van menschelijk kunnen was bereikt. Twee van deze zegslieden ken ik als bedachtzame, bezadigde menschen, aan wie alle gebluf vreemd is en die van hun werk met niet meer overdreven enthousiasme spreken dan van iederen beroeps-soldaat mag worden verwacht.

Men herinnere zich dat het ook juist in dezen zomer was, dat het Kieler Kanaal tot zijn hoogsten staat van volmaaktheid werd gebracht, dat, naar wij reden hebben te vermoeden, de versterkingen van Helgoland werden voltooid en dat twee van de grootste stoomschepen die de wereld ooit aanschouwde, de leviathans " Vaterland " eri "Imperator" proef stoomden—welke laatste gebeurtenis de Duitsche transportdienst op eenmaal op één lijn plaatste met de beste in de heele wereld. Na deze vooropstelling zal men ons wel willen toegeven, dat Duitschland's besef, dat zij het zenith van hare weerbaarheid, zoo aanvallend als verdedigend, had bereikt, op aannemelijke, zoo niet onaantastbare gronden rustte.

Van deze bijzondere voortreflijkkeid harer weermiddelen zag ik in dezen zomer nog andere staaltjes. Aan een halte, voor waterververschings-doeleinden en niet meer, niet ver van Kriesingen, zag ik op 12 Juni een heel regiment locomotieven bijeen, tenminste tusschen de vijf-en-zeventig en honderd sterk (ik had gelegenheid er tot bij de zeventig te tellen) en voor het meerendeel van een verjaard type, dat men verbaasd zou zijn, in het gewone, met zijn tijd meegaand verkeer op de rails te zien en in een staat verkeerend, die men in Engeland of Amerika reeds lang als rijp voor sloopershanden zou hebben aangemerkt. Toch genoten deze oudgevrienden de teedere zorgen van de overheid en werden met succes op den been gehouden. Ik zag een paar machinisten en stokers met hen bezig; zij lieten er een een goed eind stoomen en dan langs een anderen lijn terugkomen, waarna de stokers dadelijk de vuren uithaalden en de machinist en zijn helper hunne aandacht aan een anderen candidaat wijdden en er de lijn mee afjoegen.

" Kunt gij mij zeggen, waar ze dat voor doen ?" vroeg ik den conducteur, met wien ik zoo nu en dan een praatje had gehad.

" Dat is duidelijk genoeg," was zijn bescheid, " al deze locomotieven hier worden voor den oorlog in goeden staat gehouden."

Ik moet eenigzins vreemd van die mededeeling hebben opgezien, althans hij liet zich tot het geven van een eenigzins uitvoerige uitlegging verleiden.

" Deze locomotieven hebben voor het gewone passagiers- en goederen verkeer afgedaan," zeide hij, " en zoo gauw ze voor dat doel ongenoegzaam worden geacht, verwijzen wij ze naar de reserve. Zij zijn voor troepenvervoer nog best te gebruiken en worden daarom niet gesloopt. Zij worden geregeld nagezien, onder stoom gebracht en elk op d'r beurt beproefd. Die menschen daar doen niets anders. Het is hun speciale opdracht, deze machines in orde te houden en voor troepenvervoer klaar te hebben. Er zijn dozijnen dépots van dit slag over heel Duitschland."

" Maar het personeel ?" vroeg ik—" wanneer het zoover komt ? Waar haalt men al de machinisten en stokers vandaan om al het extrawerk te doen, dat er dan te doen zal zijn ? "

Sluiten