Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2

LIEFDELEVEN.

zon op gebrand heeft... en dat voor 'en dokter...!"

Diepe had wel opgekeken; maar zich niet verroerd. Dat zijn bleek gelaat strak bleef, de blik uit zijn donkere ogen ernstig, verwonderde Christiaan al niet meer. Lachen, ferm lachen deed Diepe nooit; hoogstens doortrilde wel eens een goedig glimlachje zijn vaste, ietwat stugge trekken.

„Je vindt, dat ik niet volgens mijn eigen leerstellingen leef, hè? Ja da's 'en veel voorkomende menselike eigenaardigheid."

Christiaan zat al weer, en het stoppen van zijn pijp hervattend:

„Anders toch niet van jou. Al dat grijzige wit...

dat afwasbare goed zeiltje op tafel, linoleum

op, je vloer,... gevernist behang op de muur ... geen meubelgordijnen, 'en schoorsteenmantel zonder één enkel ander ornament dan 'en koperen klokje en 'en kandelaar, die er trouwens vandaag maar toevallig op staat... 'en schrijftafel, waar ook al weer niks op te vinden is dan 't hoog nodige... wel veel boeken, maar alleen 'en glad geschaafd, notenhouten geraamte om ze te dragen... jongen, jongen, 't is alles zo hygiënies. Nee, al heb ik in de vijf jaren dat ik hier woon, heel wat gezellige avondjes bij je doorgebracht, als ik in jouw plaats was en hier zowat alle avonden moest zitten, dan hield ik 'et in deze kale nuchterheid niet uit. 'et Mag gezond wezen... 'et is ook licht en van licht houw ik.. 'et kan mij nooit licht genoeg zijn; maar... overigens ... nee, nee en nog 'es nee ... Weelde... wat je weelde noemt... verlang ik

Sluiten