Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uiterste boomen gelegen, waarvan hij zoo dadelijk als de koning zou worden binnengehaald. Ook het paard leek achter het droombeeld van een lokkende tooverweide aan te loopen, zóó liet het de hoeven op de keien klinken, steigerde het, en slingerde het den kop heen en weder, dat het schuim hem langs de flanken spatte.

„Net een zeegolf," mompelde de jongen bewonderend, „maar Jan had wel gelijk, dat ik met hem op moest passen" en hij klemde de toornen vaster in de vuist. De uitwijkende voorbijgangers zagen hem recht en rustig zitten als een man, maar in waarheid moest hij strak de spieren spannen en werd het eerder een worsteling van twee overmoedigen, beiden luisterend naar hun oproerig bloed, dan het samenwerken van den meester en zijn dienaar. Maar juist in dit kampen, als een triton met de branding, vond hij zijn behagen, en terwijl hij de teugels vierde, klopte het hart hem warm voor zijn weerbarstigen gezel. Onwillekeurig vielen hem de lofspreuken te binnen, waarmee de Arabier zijn bruingemaanden makker prijst. Zij vingen aan met hem de vleugelen van een zwaluw toe te dichten, en eindigden met zijn lichtvoetigheid te roemen, die op den boezem van een vrouw zou kunnen dansen zonder haar ook maar in het minste te deeren. In dit behendige walsje bleef hij zich een poosje verdiepen, en, moegetrippeld, was hij het zelve die zich in gedachte op den bekoorlijken dansvloer neer vleide en daar alles,

4

Sluiten