is toegevoegd aan uw favorieten.

Trots

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

90

genomen, die hebben ze ook zoo gemaakt — van z'n eigen was die jongen niet slecht." „Dat is zoo."

„Hij is slecht geworden door die canailles . . . God, vader, hadden wij toch maar jouw zin gedaan, waren we toch maar in Holzheim gebleven.

„Zijn zin.,. zijn zin... ja, toen het al te laat was, toen ze al in Luik geweest waren, waar hij zelf hen had heen gestuurd, zelf hen had gezonden naar die hel en .., waarvoor... waarvoor, nondediu ... waarvoor, om van hen te maken een deftige dame, een hoogen mijnheer, en wat heeft hij van hen gemaakt, van haar een bedelaarster, van hem een dief, een bankroetier — hij heeft Jeanc, toen nog een brave, oppassende jongen, willen brengen in de Provinciale Staten, op het diné bij den'Gouverneur, hij heeft hem gebracht in de gevangenis, op water en droog brood, als ze hem ten minste ooit te pakken krijgen... o, die trots ... die verdoemde trots van hem, krampachtig ballend de vuisten tegen zich zeiven... maar die straf is toch te zwaar, zoo iets moest niet kunnen bestaan, zoo iets moest God niet permitteeren — 't was toch alleen geweest, omdat hij zooveel van hen hield, omdat hij alleen hun geluk voor oogen had.

„Vader," weer Berbke, „ik ga met je mee terug naar Holzheim, ik wil geen oogenblik langer hier blijven, in dit verdoemde huis, waar ik nooit an-