is toegevoegd aan uw favorieten.

Trots

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

115

gelezen en herlezen dien brief, na elke lezing, als om strijd verdedigend den zoon, den broeder, met tallooze feiten elkander willende overtuigen, dat hij niet gemeen was, alleen een beetje zwak, te goedig tegenover de anderen — Goddank, dat hij nu niet meer in hun macht is, dat die hem nu niet meer kunnen verleiden; hij zou nu weer zijn eigen weg kunnen gaan, dezelfde jongen weer worden, die hij altijd geweest was, voordat hij hem naar Luik had gestuurd — alles zijn schuld.

„Daar nou niet weer over beginnen vader — 't is nu immers alles weer goed — wij zijn nu toch weer gelukkig."

Ja, ja" in luid gejubel „ik ben gelukkig van daag, voor het eerst weer na langen, langen tijd."

„Laten wij het aan Kobus gaan vertellen, vader, die moet het ook weten, dat Jeanc niet slécht was,"

Vroolijk, blijmoedig in driftigen haast zijn zij geloopen naar hun huis van weleer, thans de woning van hun vroegeren knecht, en weer heeft Berbke gelezen, ditmaal met rustige, vaste stem, den brief van haar broer. ; > r

„Proficiat" heeft Kobus gezegd, beiden hartelijk drukkend de handen en als Jeanc ooit geniëigheid mocht hebben om terug te komen, dan zou hij direk bij hem een plaats als Schweitzer*) kunnen

J) De eerste paardenknecht, tevens belast met toezicht over het geheele dienstpersoneel.