Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

Men vertelde in Vadarmi, dat hier menigmaal samenkomsten van onzichtbare wezens plaats hadden, die op aarde terugkwamen om boete te doen, of om bevelen die hun waren gegeven, uit te voeren.

Terwijl ik zoo ernstig zat na te denken over al de geheimen der schepping, die den mensen niet geopenbaard zijn, werd het mij vreemd te moede, want het was of er tot mij gesproken werd. Een geruischloos spreken, niet in hoorbare woorden, maar in gedachten, die zeker niet de mijne waren. Tot mij kwam de verzekering, dat het aardsche lijden vergankelijk was, even kort van duur in de weegschaal der eeuwigheid, als het stoffelijke omhulsel van de ziel. Een mensch stond gelijk met een atoom, maar een atoom dat eeuwig was, omdat hij aan de eeuwigheid toebehoorde. Eenmaal zou de tijd komen, dat de sterveling in het volle licht der openbaringen zou mogen wandelen !

Toen ik met volle aandacht de gedachtenwoorden in mij opnam, zag ik eensklaps, dat het bergpad bevolkt werd met kleine etherische wezens.

Vanwaar deze lichtgestalten kwamen, die zoo blijde en gelukkig in het maanlicht dansten, is altijd een geheim voor mij gebleven.

Hoe schoon waren zij, die teere kinderen des lichts!

Toen zij verdwenen, even onbegrijpelijk als zij gekomen waren, was ik bedroefd, ik gevoelde een leegte om mij heen.

Onze stad Vadarmi droeg den naam van „De stad der wassende manen," omdat de tempels en vele huizen dit symbool boven, den ingang hadden.

Het voorspelde groei en zegen.

Ons Vadarmi was mooi!

Er waren velden vol roode rozen en narcissen met veelkleurige blaadjes, hierop vielen de zonnestralen, en de wind verspreidde den verrukkekjken geur der rozen over de geheele omgeving. Bekoorlijk waren de heuvels vol gele bloemen, zij glansden als topazen.

Er was een dag, dat het was of alles opleefde in de oude stad : de hemel weerkaatste zijn helder azuurblauw in de snelvlietende beekjes, het zonlicht zocht de donkerste straten op.

Sluiten