Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

„Je moet je van dat vette maar geen te groote voorstelling maken," was het antwoord, en met een blik op 's mans welgedaanheid, „het vet zit ons nieft in den weg. Wat wij samen verdienen, is niet veel en daar zal niemand vet van soppen, maar wij zijn tevreden, en als ik maar werk heb, dan hebben wij ook brood."

„Dat kan ook niet anders," zei hij, „want wie zijn land bouwt, zal met brood verzadigd worden, en de hand der vlijtigen zal heerschen, zóó staat er geschreven."

„Ik ben niet zoo bijbelvast, Jan! maar ik meen, dat er ook geschreven staat: zoo eenig geloovig man of geloovige vrouw weduwen heeft, dat die haar genoegzame hulp doe. Ik ben dien tekst eens toevallig tegengekomen en heb hem onthouden, omdat die op mij zoo toepasselijk was, maar niemand heeft ooit naar mij omgekeken, niemand heeft mij ooit gevraagd, hoe doe je of hoe kom je er — geen mensch, geen sterveling!"

„Nu behoef je ook geen mensch te bedanken, en je kunt zeggen, ik heb dat alles alléén gedaan. Ik heb geleefd van het werk mijner handen. Dat is een mooi iets, een zeer mooi iets, dat menigeen je benijden kan. Maar wij dwalen af. Hoe gaat het met Arie, daar op het kantoor?"

„O, de heeren zijn best over mij tevreden," zei Arie, die nu meende te mogen antwoorden, „met Nieuwjaar heb ik vijftig gulden opslag gekregen."

„Heel mooi, en dat bewijst mij, dat je je best doet. Maar ik geloof, dat er op zoo'n reederij-kantoor op den duur weinig vooruitzicht voor je is. Met hoevelen zijn jelui op dat kantoor?"

„Nou," zei Arie. Dat „nou" wilde zeggen: u moet er niet zoo min over denken. „U hebt eerst de beide patroons, dan is er een

Sluiten