is toegevoegd aan uw favorieten.

Verslag van de Staatscommissie, ingesteld bij Koninklijk Besluit van 3 mei 1918 No. 29, tot het nagaan of de oprichting van een sleeptank in Nederland mogelijk en noodzakelijk is en c.q. op welke wijze de tot standkoming en de exploitatie van zoodanige inrichting behooren te geschieden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

89

Electrische, verlichting.

Gereedschapswerktuigen, enz.

Wijze van totstandkoming van gebouw en bassin en van aanschaffing der verschillende onderdeden.

De verlichting van het gebouw is gedacht door middel van 75 metaaldraadlampen van 16, 32 en 50 normaalkaarsen, terwijl bovendien 10 half-Wattlampen, elk van 500 normaalkaarsen en 28 half-Wattlampen, elk van 100 normaalkaarsen voor algemeene verlichting noodig zullen zijn. Voorts moeten een aantal stopcontacten voor looplampen, bureaulampen en kleine hulpgereedschappen, bij voorbeeld een handboormachine, aanwezig zijn.

Gerekend is op de aanschaffing van alle in hoofdstuk VI als wenschelijk genoemde gereedschappen, benevens andere voor het bedrijf noodige 'hulpmiddelen. Het meest kostbare is de modelfraisbank, waarvan de baan een lengte van 17 M. beslaat. De Commissie beveelt hiervoor het type aan, dat in Teddington gebruikt wordt 1), daar dit aan zeer hooge eischen voldoet. Hóewei dit werktuig door zijne bijzondere constructie kostbaarder is dan oudere typen, mag hierop niet gespaard worden, omdat een zuivere afwerking der modellen van het' grootste belang is.

Overigens behoeven, na de uitvoerige toelichting in hoofdstuk VI,'de verschillende werktuigen en toestellen niet afzonderlijk genoemd te worden.

Naar het oordeel der Commissie verdient het aanbeveling, zoodra de gelden voor den bouw' zijn toegestaan, ondershands een geschikt terrein aan te koopen. Tevens za|l dan een ingenieur benoemd moeten worden, die later, hetzij als directeur, hetzij als ingenieur aan de inrichting zal worden verbonden en die tevens zijn diensten kan verleenen bij het toezicht op den bouw en do inrichting van het geheele gebouw en het bassin met de installatie van werktuigen, gereedschappen, instrumenten, enz. Ten einde zooveel mogelijk kennis te verzamelen zou deze ingenieur vóór en tijdens de eerste werkzaamheden aan het bassin en het gebouw moeten worden uitgezonden naar buitenlandsche tanks. De Regeering zou dan kunnen trachten van de betrokken bestuurslichamen toestemming te verkrijgen, dat de uitgezonden ingenieur aan verschillende dezer tanks eenige maanden werkzaam mag zijn, opdat hij zooveel mogelijk ervaring op het gebied van weerstandsonderzoek zal kunnen opdoen. Daar de bouw der inrichting, wil ze met de noodige zorg geschieden, in den aanvang vrij langzaam verloopt — zooals nader nog wordt uiteengezet — heeft men voldoenden tijd voor de uitzending van bedoelden ingenieur.

Naar het oordeel der Commissie verdient het overweging bovengenoemden en ook den hierna te noemen ingenieur bijstand te verleenen door een commissie-van enkele deskundigen. Met het oog op het belang van het werk lijkt het haar aanbevelenswaard hiertoe enkele ingenieurs (een drietal is voldoende) aan te wijzen. Hoewel dit niet bepaald noodig is te achten, verdient het overweging, deze eventued te kiezen uit oud-leden dezer Commissie. Dit geeft het voordeel, dat men dan gebruik kan maken van de kennis, welke die leden tijdens hunne werkzaamheden als lid der Commissie hebben opgedaan. Deze kldne commissie zou daarom ook veel nut kunnen stichten, omdat de ingenieur, die speciaal voor den sleeptank benoemd zou worden, gedurende geruimen tijd in het buitenland zal vertoeven.

Heti hangt van die ervaring en den vroegeren werkkring van dezen ingenieur af, op welke wijze zijn verhouding tot de bedoelde commissie geregeld zou dienen te worden.

1) Zie bijlage III.