Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

commissie van toezicht uit leeraren der Rijks Hoogere Land-, Tuin- en Boschbouwschool. Van de 41 candidaten van vóór 1916 slaagden er 9 in het eindexamen, werd 1 bij dat examen afgewezen, die zijne studie kon voortzetten, en gingen 81 naar het 3de of 4de studiejaar over. Omtrent de 10 in 1916 aangenomen candidaten viel nog niets te vermelden.

Ook wat de candidaat-ambtenaren voor de in- en uitvoerrechten en accijnzen betreft, werd ik steeds volledig omtrent hun vorderingen ingelicht en op de hoogte gehouden door den leider van hunne studiën. Ofschoon de opleiding niet meer dan 21 maanden duurt, waren er onder de 20 candidaten nog eenige van het jaar 1912, die in 1914 als reservist bij het leger werden ingekjfd; thans als luitenant in 'sGravenhage geplaatst, werden hun eenige faciliteiten verleend, die hen in de gelegenheid stelden de studie weêr voort te zetten. Ook van de aanvang 1915 aangenomen candidaten waren er nog 5 en van de eind 1915 aangenomenen nog 1 in militairen dienst, voor wie dergelijke temoetkoming gevraagd werd.

Met betrekking tot de candidaat civiel-ingenieurs werd verbinding gezocht en verkregen met den voorzitter en den secretaris van de afdeeling weg- en waterbouwkunde der Technische Hoogeschool te Delft. Er waren 22 candidaten die in 1913, 22 die 1914, en 22 die in 1915 na hun propaedeutisch examen waren aangenomen. Van hen slaagden er 15 in het ingenieursexamen; 7 deden het volledig candidaatsexamen, en 22 het eerste gedeelte van dat examen. Omtrent eenigen van de in 1914 aangenomen studenten, die sindsdien nog geen verder examen hadden afgelegd, bestond twijfel aangaande den ernst hunner studie, waarin aanleiding tot eene aansporing gevonden werd; onder hen waren een paar Inlanders.

Voor candidaat bouwkundige ingenieurs werden eerst in 1916 studietoelagen beschikbaar gesteld. In het verslagjaar was er slechts één verleend; twee aanvragen waren bij het Departement in behandeling.

De candidaat-mijningenieurs staan onder eene speciale leiding vanwege de betrokken hoogleeraren, met wie in overleg werd getreden. Van de 15 candidaten deden er 9, die in 1914 en vroeger waren aangenomen, eindexamen; de anderen "werden eerst in 1916 aangenomen.

Sluiten