is toegevoegd aan uw favorieten.

Opstellen uit de grondwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

89

Niettegenstaande bovenbedoelde geruststellende ministerieele uitlegging werd bij Koninklijke boodschap van 11 September 1888 een ontwerp van wet ingediend tot vaststelling van bepalingen betreffende 's Rijks Waterstaatswerken, welk ontwerp behalve een tweetal artikelen op de strafbedreiging betrekking hebbende, bestond uit één artikel, dat in zijn grooten eenvoud luidde: „Door Ons worden bij algemeenen maatregel van bestuur vastgesteld door straffen te handhaven bepalingen ter bescherming van 's Rijks Waterstaatswerken, alsmede ter verzekering van het veilig en doelmatig gebruik dier werken."

In het Voorloopig Verslag der He Kamer (Bijl. 1888—1889 30 4 pag. 3 en 4) werd er reeds dadelijk op gewezen, dat dit ontwerp wel degehjk een algemeene machtiging tot het maken van bepalingen, door straf te handhaven, zoude geven, dat toch eene categorie van feiten, die strafbaar werden verklaard, hier niet aanwezig was, zooals dat het geval zoude zijn, wanneer bijv. in de wet gezegd werd: bepalingen tot beveiliging van 'sRijks bruggen. Uitdrukkelijk werd dan ook in dat Verslag verklaard, dat men verlangen mocht, dat ten behoeve van verschillende speciale onderwerpen ook verschillende wetten zouden worden uitgevaardigd, waardoor in alle gevallen de gevaren der wet van 1818 zouden vermeden worden.

In het daarop ingediend gewijzigd ontwerp van wet waren de bepalingen gesplitst in rubrieken en was voor elke rubriek het maximum der op te leggen straf aangegeven, doch was, evenals bij het oorspronkelijk ontwerp, in overeenstemming met de woorden der Grondwet, de bepahng der. bij elke overtreding op te leggen straf, binnen de grenzen door de wet gesteld, overgelaten aan den rechter. Bovendien waren mede naar aanleiding van opmerkingen in het Voorloopig Verslag op het oorspronkelijk ontwerp gemaakt, in het gewijzigd ontwerp voorschriften opgenomen, waarbij politiedwang geregeld werd.

De door den Koning aan te wijzen ambtenaren toch werden bevoegd verklaard, desnoods bijgestaan door de ambtenaren van de Rijksof gemeentepolitie en op kosten der overtreders, te doen wegnemen, beletten of verrichten hetgeen in strijd met de krachtens de onder-

werpelijke wet uitgevaardigde voorschriften zou worden gemaakt

of gesteld, ondernomen of nagelaten, in welke bevoegdheid herstel