is toegevoegd aan uw favorieten.

Opstellen uit de grondwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

113

alleen het ontbindingsrecht, wat de He Kamer betreft, opgenomen, doch dit ook als een onmisbaar recht gekwalificeerd om te doen kennen, of de tegenstand, dien de voorstellen of maatregelen der Kroon in die Kamer mochten ontmoeten, een blijvende, nationale tegenstand zij.

„Moet de Kroon niet", aldus woordelijk de „Memorie van Toelichting" in zulke kritieke oogenblikken" — bedoeld zijn die waarin tusschen Ministerie en Vertegenwoordiging omtrent door eerstgenoemde noodzakelijk of heilzaam gekeurde maatregelen van gevoelen wordt verschild — „wanneer zij gelooft, dat de meerderheid door eenzijdige, buiten de Kamer niet gedeelde inzichten wordt beheerscht, en dat het verstandigste deel des volks, kon het thans kiezen, zou kiezen in den geest van het bestuur, het middel hebben om dit geloof te toetsen?"

Hier wordt dus aan de kiezers wel eenig gezag toegekend, wordt het verstandigste deel des volks wel waardig geacht bij voorkomende geschillen als arbiter tusschen Regeering en zittende Vertegenwoordiging op te treden.

Thorbecke's inconsequentie werd hier echter door de omstandigheden geboden.

Het voorstel der Negenmannen wilde ook de politieke verantwoordelijkheid der Ministers, en waar door die verantwoordelijkheid de mogelijkheid van het ontstaan van veelvuldige diepgaande geschillen tusschen Ministerie en Kamer verondersteld moest worden, is het begrijpehjk, dat men naar een middel zocht, om het Ministerie bij een onverzoenbare Kamer de kans te geven, het gerezen twistpunt aan een nieuwe Kamer ter beslissing voor te leggen. Toen dan ook in 1848 de afdeelingen der Kamer in haar verslag van 16 Maart aandrongen op de totstandkoming der parlementaire ministerieele verantwoordelijkheid, paste het geheel in het kader van dien wensch, dat men tevens zoo goed als algemeen het recht des Konings om de Tweede Kamer te ontbinden, in de Grondwet wilde zien opgenomen.

De Staatscommissie stelde voor, de mogelijkheid te openen tot ontbinding van beide Kamers, en terecht, want een strijd tusschen Gouvernement en Vertegenwoordiging kan ook tusschen dat Gouvernement en de le Kamer ontbranden, aan welk voorstel

8