is toegevoegd aan uw favorieten.

Opstellen uit de grondwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

114

zich de Regeeringsontwerpen aansloten, en waarmede zich de Kamers in 1848 vereenigden.

Wat is nu de beteekenis van de sedert in onze Grondwet voorkomende bepaling, dat de Koning het recht heeft om de Kamers der Staten-Generaal, elke afzonderlijk, of beide te zamen, te ontbinden ? Prof. Buijs (De Grondwet, deel I pag. 303) stelt zich de ontbinding voor als een recht, dat de Kroon heeft om te onderzoeken of de vergadering, welke de groote macht, die zij uitoefent, enkel ontleent aan het feit, dat zij Volksvertegenwoordiging is, dat karakter wel inderdaad bezit.

Het zoude op deze wijze een middel zijn, om bij diepliggend geschil, waardoor de hoogste belangen van den Staat zouden kunnen worden geraakt, de vergadering, die dit geschil veroorzaakte, zonder daarbij op den naam van feitelijke Volksvertegenwoordiging aanspraak te maken, tijdig van hare uitgebreide rechten te ontzetten. Wat echter, indien dan de nieuwgekozen Kamer het oude geschilpunt weer aanvat, en zich in haar daartegenover aangenomen houding slechts betoont te zijn eene voortzetting van hare voorgangster? Moet dan de Regeering tegenover die nieuwe Kamer een ander standpunt innemen? Prof. Buijs wil dit niet.

T.a.p. pag. 303 zegt hij uitdrukkelijk, dat als de Grondwet zich de ontbinding als het beroep van twee strijdenden op eene hoogere macht dacht, zij ook aan de beslissing van die hoogere macht rechtskracht zoude hebben moeten toekennen, terwijl toch ieder weet, dat dit niet het geval is, en dat de Kroon ook tegenover de nieuwe Vertegenwoordiging in het bezit blijft van al hare rechten. Juridisch is dit betoog stellig juist, doch het houdt geen rekening met de feiten.

De parlementaire ministerieele verantwoordelijkheid heeft het ontstaan van conflicten tusschen Regeering en Vertegenwoordiging niet alleen mogelijk gemaakt, doch bijkomstige omstandigheden, zooals het budgetrecht der Staten-Generaal en het niet terugdeinzen van deze laatsten om eene begrooting, ook om redenen, daarbuiten gelegen, te verwerpen, hebben zelfs geleid tot de parlementaire usance, dat bij dergelijk conflict het Ministerie of althans een of meer der Ministers, die in het conflict betrokken zijn, het veld ruimen. Het overwicht nu, dat hierdoor in alle takken van 's Lands wet-