is toegevoegd aan uw favorieten.

Wet op den staat van oorlog en beleg

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KONINKLIJK BESLUIT van den Isten April 1909 (Staatsblad No. 87), houdende vaststelling van den algemeenen maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 31 der wet van 23 Mei 1899 (Staatsblad No. 128) en artikel 61 van het Burgerlijk Wetboek.

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningen der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassatj, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Ministers van Oorlog en van Justitie van 29 September 1908, Iste Afd. No. 206 en van 2 October 1908, 1ste Afdeeling C, No. 568;

Den Raad van State gehoord (advies van 15 December 1908, No. 7);

Gelet op het nader rapport van Onzen Minister van Marine, Waarnemend Minister van Oorlog, en van Onzen Minister van Justitie van 24 Maart 1909, Iste Afd., No. 234, en van 30 Maart 1909, 1ste Afdeeling C, No. 595;

Gezien art. 31 der wet van 23 Mei 1899 (Staatsblad No. 128) en art. 61 van het Burgerlijk Wetboek;

Overwegende, dat, ingevolge evengemeld artikel *), bij algemeenen maatregel van bestuur moet worden bepaald, op welke wijze bij het voorkomen van overlijden van met-militairen 2) en van geboorten, in plaatsen, met welke alle gemeenschap uit hoofde van oorlog of binnenlandsche onlusten is afgesneden, een en ander in de gewone registers van den burgerlijken stand zal worden ingeschreven;

Overwegende wijders, dat het wenschelijk is, in denzelfden maatregel van bestuur met intrekking van het Koninklijk besluit van 4 November 1888 (Staatsblad No. 158) voorschriften op te nemen omtrent de wijze, waarop het overlijden van krijgslieden, die te velde, in den slag, of in 's Rijks dienst buiten het Koninkrijk zijn gestorven, in de gewone registers van den burgerlijken stand moet worden ingeschreven;

x) Bedoeld is hier blijkbaar het eerste der beide genoemde artikelen, n.1. art. 31 der wet op den staat van oorlog en beleg.

s) De woorden „van niet-militairen" komen thans niet meer in het bedoelde art. 31 voor.