Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weert, dat candidaten den vorm der gedachten nauwgezet hebben te bestudeeren, om in de gedachte zelf door te kunnen dringen, om de bedoelingen van den schrijver te kunnen begrijpen. „Dan voelen we het leven kloppen in wat voorheen een dood stuk proza was en men leeft zelf mede; de gehele persoon, verstand en gemoed helpen bij die poging om te vatten, wat men voor zich heeft."

Dit nu, wat het A-examen geldt voor de akte Fransch m. o. geldt eveneens het onderwijs in het Fransch, geldt alle taalonderwijs. Kennis der vormen moet middel zijn om den inhoud te leeren verstaan. Zoo alleen heeft die vormenkennis haar nut. Om zich zelve behoeft ze heusch niet aangebracht. Ze beveelt zich ook niet om zich zelve aan. Daarvoor is ze te dorabstract: een afschrikwekkende combinatie. En het is juist de vormenrijkdom, die het leeren eener taal moeilijk maakt. Niet de taal zelf direct. Fransch is moeilijk voor kinderen, maar hier hangt het toch maar af van de methode, die men gebruikt en het doel dat men stelt. De grammatika van het Fransch, zegt de hier genoemde specialist kan voor Nederlanders alleen een juist begrijpen van de taal ten doel hebben; ze moet uitsluitend op de praktijk zijn ingericht. Daarom moet er hier vereenvoudigd." Precies, maar in betrekking tot de Nederlandsche taal moet hetzelfde gezegd.

Grammatica is vormenleer, niets anders en niets meer. Grammatica staat tot taalkunde als het skelet van Scipio of Hannibal tot het geheel der Romeinsche of Karthaagsche geschiedenis. Of als het kleed dat een levend mensch draagt tot dien mensch zeiven. Hiervan moeten de onderwijzers zelf allereerst doordrongen zijn. De opleiders. De examinatoren. Anders raken we nog in jaren niet uit het moeras. En in school blijven we dan die arme kinders vermoeien met een verdund aftreksel van opgeschoven-verledentijd-geleerdheid, waar-

8

Sluiten