is toegevoegd aan uw favorieten.

Menschen in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HO

Heel netjes deed Betsy het woord: of ze den koepel voor zich mochten hebben dien middag; of ze thee konden krijgen met wat lekkers erbij; of ze de beide bootjes konden huren om wat te spelevaren op de Giesen? — en alles werd wonderwel geschikt. Die koepel, uitgebouwd boven het water, vlak naast de witte brug over de rivier, waar deze een breede bocht maakt, treurwilgen de takken overbuigen en dompelen in het water, mooie stamrozen ertusschen in de tuinen met hagelwitte balustrades; — waar in het diepst van de bocht, in schaduw van het geboomte, buiten den stroom en den wind, waterlelies blozen en gouden plompen stralen, — die koepel biedt daar een verrukkelijk zitje bij mooi zomerweer. Hij is ruim en frisch, men is er vrij

't Was er feest dien middag en Adriaan deed Zijn best het mee te vieren, maar het lukte hem met al te best. Hij verlangde naar den avond, om alleen te zijn met Henriëtte. Bij de kwinkslagen onder de thee, en die verliefde dokter was werkelijk geestig...... als Ze zongen op het

water, zachte stille liederen als domineeskinderen betaamt...... wanneer er iets voorgedragen werd

of het gesprek, onder den invloed der ouderen, soms een ernstigen keer nam, er wel over boeken werd gepraat...... Huet's „Lidewyde" wekte opspraak, de verzen van „De Génestet" waren in de mode, „Klaasje Zevenster" werd blozend genoemd...... bij alle pret en allen ernst dacht

Adriaan aan den avond, naar alleen-zijn met Henriëtte. Het leven een vlam?...... er was in haar

woorden iets dat hem schroeide Zij een gevangene?...... er was soms duisternis voor zijne

oogen