is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder en dochter

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

89

kleur van het gebladerte den nade-enden herfst verkondigend. Prachtig bloeiden en gloeiden de dalia's in het groote perk, hier en daar waren al enkele vroege, kleine chrysanthen. Maar van dat alles merkte Juultje niets, zij zat stil en keek in den helderblauwen hemel evenals zij dien ganschen nacht, met open oogen, in het duister getuurd had. Zij zag niets behalve dat eene, eerst zoo heel kleine dat hoe langer hoe grooter werd, zij wist niet wat het was, een gedaante, een beest, eindelijk leek het haar een monster dat op haar afkwam, haar omstrikte, haar worgde met zijn polypenarmen. Het was de angst, die zij al wel gevoeld had, maar die te niet was gedaan door de betuigingen, de liefkoozingen van Frans, door zijn verzekeringen en zijn trouwbeloften. O God, als het maar niet waar was, als dat vreeselijke maar niet waar was, dan zou zij wel probeeren om verder te leven, misschien was het niet waar, de volle zekerheid had zij toch nog niet. Even een opleving van die vage hoop, toen zag zij weer het monster dat haar aangrijnsde, op haar af kwam, haar de keel dichtkneep. Het werd alles zwart om haar heen en zij leunde met gesloten oogen achterover. Na een een paar minuten kwam zij tot zichzelf en zij stond op, 't werd tijd om naar het atelier te gaan. 't Moest. Met moeite trachtte zij wat vaster te