is toegevoegd aan uw favorieten.

Geologische en geographische doorkruisingen van Midden-Celebes, (1909-1910)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5i

kleisteen (7217); donkerpaarse dichte trachiet met enkele kleine veldspaatkristallen en fluïdaal structuur (J2r)\ en breccieuse grindsteen (72.?).

Deze gesteenten moeten het bronbekken der S. Boea, waaromheen de toppen Maké, 1228 M., 1423 M., Tédé, Lada, 649 M. en Boea liggen, opbouwen. Merkwaardig is, dat, behalve graniet en kalksteen, die niet werden verzameld, doch ongetwijfeld aanwezig zullen zijn, in het conglomeraat der S. Boea alle rotssoorten vertegenwoordigd zijn, die wij op dezen eersten tocht waren tegengekomen.

Gabbro kwam evenwel weinig meer voor; wellicht gaf aan den zeekant de overgang van beboschte ruggen in het Z. tot kale ruggen in het N. de grenslijn aan, ten N. waarvan de gabbro niet meer aan den dag treedt (zie hoofdstuk IV).

Door de vondsteft van kleisteen en zandsteen blijkt, dat ook in het brongebied der S. Boea de paarse kleisteen-formatie zich naar het O. tot over de secundaire waterscheiding heeft uitgestrekt, of dat oorspronkelijk rechtstreeksche afwatering van het binnenland naar de zee heeft plaats gehad.

Een half uur later togen wij verder, eerst een eindweegs langs den linker oever der S. Boea, die verschillende rolsteen- of conglomeraatlagen (de rolsteenen meest van kleinere afmetingen), gescheiden door kleilagen, vertoonde. Dit zou kunnen wijzen op meer schommelingen van het land ten opzichte van den zeespiegel.

Spoedig daarna kwam van het W. een lagere rug zich naar het O. tot aan de zee voortzetten. Het gesteente bleek een donkergrauwe diabaas (73) te zijn met een ÏL c.M. dikke roodbruine verweeringskorst, waarin zeer verweerd voorkwam andesiet (74) en zeer dichte, lichtgrijze verkiezelde tuf (74a). Even voordat wij cle rughoogte bereikten, werd nog van de vaste rots, die bijzonder hard bleek te zijn, een handstuk afgeslagen. Dit is een andesietische eruptiefbreccie (75), een zwartgroen, witdoorvlekt gesteente van veldspaat, secundaire kwarts en zeolieten, met een roestkleurige 1 m.M. dunne verweeringshuid, die oppervlakkig staalblauw is aangeslagen. Het gesteente levert bij verweering een steenrooden kleigrond op. Wij hebben hier dus blijkbaar te doen met vulkanische vormingen van andesietisch materiaal, hetwelk door den ondergrond van diabaas is gedrongen.

Om 1.45 u. nm. waren wij boven op den rug op 77 M. hoogte, en hadden een prettig en ruim uitzicht over het noordelijk deel der golf van Boni, en het oostelijk daarachter gelegen bergland, over de