is toegevoegd aan uw favorieten.

Geologische en geographische doorkruisingen van Midden-Celebes, (1909-1910)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

72

Na een oponthoud van 10.55 u- tot 12.10 u. te Djampoe, begon de regen om 12.40 u. nm. Uit de ingravingen aan weerskanten van den weg, gemaakt om dezen op te hoogen, bleek, dat onder een Yg M. teelaarde een conglomeraatbank, tot 1*^—1 M. dieper, voorkwam, welke alweer voor een oud kustconglomeraat moet worden aangezien. Om 12.55 u- werd te Badjo een uitstekend militair bivak aangetroffen.

In den namiddag werd een bezoek gebracht aan den Opoe Sanggarija (het landschapshoofd), van wien wij inlichtingen kregen omtrent den rijst-opvoer naar den te beklimmen top van de Latimodjong-keten en over de gidsen. Met behulp van hoeden en andere voorwerpen werden op den vloer de ligging der toppen van het hooge gebergte aangegeven, waarna de namen werden genoteerd. Op deze wijze viel het den landslieden niet moeilijk van hunne geografische kennis te doen blijken. Doch wij kregen nu andere namen dan wij te Paloppo hadden vernomen. De

Boeloe Palakka werd nu Latimodjong.

Batoe Papang „ „ Masing Bollong.

Pasaparang „ „ Badjadja.

Latimodjong „ „ Boeloe di Rankang.

Dante Mario , j, Batoe Bollong. Daar de Opoe Sanggarija zijn arm verzwikt had, werd deze door arts Amad behandeld, hetgeen groote belangstelling van de zeer talrijke aanwezigen opwekte en niet het minst van zijne Moeder, eene oude vrouw met een schrander en zeer aangenaam gevormd gelaat.

Van Badjo bogen wij 11 Mei (T = 23.2° C. om 6.50 u. vm.) westwaarts, en nu recht op het bergland af. Van deze plaats moet bij helder weer een prachtig overzicht van het Latimodjong-gebergte te zien zijn, doch wij troffen geen helder uitzicht: de lucht was geheel bewolkt en mistig. De Boeloe Palakka was in luchtlijn nog bijna 26 K.M. van ons verwijderd.

Om 7.25 u. vertrekkende, volgden wij de Tjimpoe-rivier stroomop, die op dit punt reeds vol rolsteenen ligt, terwijl aan den oever een Va—1 M. dikke kleilaag boven den conglomeraat-ondergrond werd gezien. Ook moesten de rivier en een paar oude, nog water bevattende beddingen worden doorwaad, zooals de foto's 14 en 15 aangeven. Even vóór het dorpje Batoe werd foto 16 genomen, die het karakter der begroeiing in de Tjimpoe-vlakte en van het aansluitende