Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

328

Eindelijk, na in 3'/, uur 2603 voet te zijn gedaald, kwamen wij (4.12 u. nm.) uit het gebergte in het vlakke terrein der boven-Mamasavallei. De regen belette ook nu nog een ver uitzicht. Wel zagen wij spoedig eenige dorpen, vooral aan de overzijde, dus ten W. der boven-Mamasa-rivier, waarin de door ons gevolgde waterader, na opneming der S. Lemoe, was uitgeloopen, terwijl wij op 1170 M. hoogte aan den linker oever der rivier stonden. Als vestingen lagen de dorpen op afgebroken terrassen van ietwat-gelaagd granietzand; langs de rivier was het terrein geheel vlak.

De troep was reeds lang vooruit; opnemer Lefèvre was achtergebleven. Dus zond ik hem mijn gids tegemoet met een briefje om hem mede te deelen de overstroomende boven-Mamasa-rivier niet te doorwaden op de plaats tegenover het dorp Baroeng, vanwaar mijn gids afkomstig was. De lieden van Baroeng, door hem aangeroepen, vertoonden zich voor het dorp, doch staken in den regen geen vinger uit om ons te helpen. Ook liet ik door mijn tolk den gids op het hart drukken de achtergeblevenen in geen geval over de rivier te brengen, gelijk hij ook ons had willen laten doen. Als een pijl uit den boog snelde hij toen Lefèvre tegemoet.

Wij stapten langs den linker oever stroomaf voort j weldra hield het pad op, en baggerden wij, naar het Z.W. gaande, tot de knieën door de modder der natte rijstvelden. Even voor donker bereikten wij gelukkig een over de sterk-gezwollen rivier zwevende rottanbrug, waarover wij met eenige balanceerkunst de rivier konden oversteken' Aan den overkant gekomen, zond ik, van elk der drie kort op elkaar volgende dorpen, lieden met fakkels Lefèvre tegemoet. En zoo kwam ik 6.45 u. nm. in het dorp Randanan (1170 M.), waar de troep onder rijstschuren reeds een droog onderdak had gevonden. Eerst een goed uur later brachten de fakkeldragers van Randanan Lefèvre in het bivak. De gids van Baroeng had hem toch de S. Mamasa doen doorwaden, waarbij de driepoot van den theodoliet door den sterken stroom meegesleurd was geworden en bijna ook één zijner volgelingen. Vuur en voedsel kwikten ons spoedig weer op, nadat wij dezen dag ruim 25 K.M. hadden afgelegd, en daarbij 1550 meter hadden geklommen, en 1020 meter waren gedaald.

Alvorens mede te deelen, hoe het ons verder ging langs de Mamasa-rivier, moge eerst een overzicht worden gegeven van den tocht

Sluiten