Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

ren daaronder b.v. de volgende bekende delfstoffen: edelgesteenten, goud, zilver, tin, lood, koper, zink en ijzer, steen- en bruinkolen, aardolie en aardgassen enz.

De delfstoffen zijn verdeeld in twee klassen a en b. Tot de 6 delfstoffen behooren: anthraciet en alle soorten van steen- en bruinkool; aardolie, aardpek, aardwas en alle andere soorten van bitumineuse zelfstandigheden, zoowel vaste als vloeibare en brandbare gassen, de laatste voor zoover deze niet van jongen datum zijn (moerasgassen); jodium en de verbindingen daarvan. De overige in art. 1 der Mijnwet genoemde delfstoffen behooren tot de o klasse (Zie St. 1919 No. 4). Alleen voor de delfstoffen van de laatstgenoemde klasse worden mijnconcessies op den voet van de Mijnwet en de. Mijnordonnantie verleend. De & delfstoffen kunnen, na de laatste wijziging van de Mijnwet, alleen op een bijzondere wijze worden ontgonnen, welke hier echter buiten beschouwing moet blijven.

3. Op delf- Die in art. 1 der Mijnwet genoemde delfstoffen zijn dus daar*n niet V°°r grondei£enaar> doch' althans voor zoover de heef^de a delfstoffen betreft, voor den vinder, die ze weet op te Tinder sporen. Over de aangetroffen ö delfstoffen mag hij echter recht. ni©t beschikken. De wijze waarop laatstgenoemde delfstoffen zullen worden ontgonnen, wordt in elk voorkomend geval afzonderlijk door het Gouvernement vastgesteld.

4. Vergun- Voor het doen van opsporingen naar delfstoffen, ge-

ningtothet noemd in art. 1 der Mijnwet, is een vergunning noodig,

mijnbouw- een z g" v6^1111"1^ tot het doen van mijnbouwkundige

kundige opsporingen,' welke vergunning, krachtens de mijnordon^.

opsporing- nantie, wordt verleend door het Hoofd van gewestelijk

en- bestuur en waarover dus nader in § H.

Sluiten