is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek voor de beoefening van het Nederlandsche administratieve recht voornamelijk ten dienste van zelfonderricht voor aspirant-burgemeesters, secretarissen en ambtenaren ter secretarie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

75

Hfdst. III § 3

des Konings in de provincie is de controle over het richtig bijhouden van de bevolkingsregisters ca. opgedragen. Deze moeten met de bladwijzers bij elke rondreis en bovendien, zoo dikwijls hij het noodig oordeelt, door of vanwege dezen ambtenaar worden onderzocht. *)

In de volgende drie paragrafen worden de voorschriften van het koninklijk besluit van 27 Juli (st.bl. no. 140), betreffende het houden van bevolkingsregisters, met eenige toelichtende aanteekeningen weergegeven.

§ 3. Wie in de bevolkingsregisters moeten voorkomen.

Art. 1 van het koninklijk besluit van 27 Juli 1887 (st.bl. no. 140) draagt aan het gemeentebestuur op in elke gemeente des rijks een register der bevolking te houden, volgens een bij dat besluit vastgesteld model no. 1, gewijzigd bij koninklijk besluit van 3 October 1899 (st.bl. no. 210). In dit register worden evenwel niet ingeschreven de personen, samenwonende in gebouwen, gestichten of schepen, staande onder bestuur of toezicht van rijkswege, vermeld in art. 1 van het koninklijk besluit van 27 Juli 1887 (st.bl. no. 142), gewijzigd bij dat van 29 Maart 1899 (st.bl. no. 89). Daarover zal in par. 7 gehandeld worden.

Ieder moet ingeschreven worden in het bevolkingsregister der gemeente, tot welker bevolking hij behoort, dat is in de gemeente, waar hij werkelijk woont of gewoon is verblijf te houden, niet in de gemeente, waar hij volgens de bepalingen van het burgerlijk wetboek wettelijk domicilie heeft. Volgens art. 2 van het koninklijk besluit van 27 Juli 1887 (st.bl. no. 140) bestaat voor de toepassing van dat besluit de bevolking eener gemeente uit hen: a. die werkelijke woonplaats hebben in een huis dier gemeente of in een vaartuig, dat aldaar is gestationneerd; b. die op het tijdstip der laatste volkstelling in Nederland vertoevende, zonder dat het blijkt, waar zij werkelijke woonplaats hebben, verklaard hebben in de gemeente te huis te behooren, zonder dat het blijkt, dat zij na die volkstelling in een andere gemeente werkelijke woonplaats hebben erlangd.

Bij arrest van den hoogen raad van 11 Februari 1901 2) is beslist, dat een ambtenaar, die tijdelijk buiten de gemeente, waar hij zijn vaste woonplaats heeft, wordt gedetacheerd, niet van werkelijke woonplaats verandert, daar de werkelijke woonplaats niet altijd is de plaats, waar men in corpore verblijft, maar de plaats, waar men zijn vaste woning, zijn werkelijk thuis heeft.

De beteekenis van de uitdrukking „werkelijke woonplaats hebben in

x) Art. 32 van het koninkl. besluit van 27 Juli 1887 (st.bl. no. 140). *) Gem.stem no. 2591; Weekbl. van het recht no. 7568.

Model voor het bevol kingsregister.

In welke gemeente iemand in het bevolkingsregister wordt ingeschreven.

Dmschrijving van het begrip werkelijke woonplaats.