is toegevoegd aan uw favorieten.

De Europeesche oorlogsbrand

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

90

dan twee uren heeft volgestaan met vee en voertuigen, zonder dat iets een stap kon verzetten. Het vee trok naar het exercitieveld in de wijk Bressoux. 't Was daar een ware arke Noachs. Daar tusschendoor loopen mannen, vrouwen en kinderen, 't Is één geroep, gebalk, geschreeuw, dat de hersenen doet duizelen. De burgerwacht is met de handhaving der orde belast. Woensdagmorgen kwam nog een dorpsschoolmeester uit het Tongersche aan 't hoofd van een kudde van over de vijftig runderen. Ook werden twintig duizend zakken meel uit Vlaanderen aangevoerd. Niemand echter, behalve in officieele kringen, geloofde in ernst dat de Duitschers Luik zouden belegeren.

Maar het Duitsche leger, zooals wij reeds opmerkten, moest op zijn tocht naar Frankrijk Luik in bezit hebben. Door hun snellen opmarsch hebben de Duitschers de Belgen verrast, en waren de forten der Maasvestingen nog niet geheel in voldoenden staat van verdediging gesteld. Niet overal was voor een vrij schootsveld gezorgd, en de tusschenruimten der forten waren niet voldoende bezet. Daar twee van de drie Duitsche colonnes te Trooz gestationneerd waren, had men. daar een inval van dien kant werd verwacht, om het fort Boncelles inderhaast het schootsveld gezuiverd en de kerk van het dorp Boncelles met een paar honderd huizen doen springen, verbranden en platleggen. Rondom de overige forten werden de boomen en de houten gebouwen neergehaald. Van Belgische zijde is beweerd geworden, dat het geheele IIIe leger der Duitschers in den strijd bij Luik betrokken is geweest, en dat dus de stad werd aangevallen door ongeveer 120.000 man; maar van Duitsche zijde wordt officieel medegedeeld, dat er maar 12.000 man bij Luik stonden onder bevel van generaal Von Emmich, en dat het zes zwakken vredesbrigaden met wat cavalerie en artillerie gelukt is Luik in te nemen. Eerst daarna is de groote Duitsche opmarsch begonnen en kwam het zware belegeringsgeschut, waartegen geen fort bestand bleek. Achteraf is gebleken dat van Belgische zijde zonderlinge berichten omtrent Luik verspreid zijn geworden. Nog twee weken na den val der stad liet het Belgische ministerie van Oorlog verklaren, dat nog geen enkel fort gevallen was, en dat