is toegevoegd aan uw favorieten.

Overzicht van de werkzaamheden van den Bond van Nederlandsche Graan- en Zaadimporteurs te Rotterdam, sedert het uitbreken van den Oorlog tot Juni 1917

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 91 -

vele bedrijven, vooral in de groote steden, geheel van dit arikel verstoken geraakten. Het was begin October voor met de distributie van gerst en lijnkoeken een aanvang kon worden gemaakt. Reeds geruimen tijd was daarnaar rijkhalzend uitgezien, want de voorraden van veevoeder bij de handelaars en verbruikers waren onrustbarend geslonken en ook de maisdistributies waren de laatste maanden weder verre van toereikend geweest De nieuwe wijze van distributie door de veevoederbureaux bereidde in den aanvang menige moeielijkheid. vooral door den grooten omvang der formaliteiten De nieuwe distributieregeling ging namelijk uit van een geheel nieuw beginsel. Grondslag voor de toewijzingen was niet meer de behoefte van den handelaar voor zijn kleine afnemers, doch de door den veehouder benoodigde hoeveelheid. Ieder veehouder is verplicht een bestelbiljet in te vullen, waarin bij zijn veestapel nauwkeurig heeft op te geven. De normale hoeveelheid voeder per stuk vee is vastgesteld, zoodat op het bestelbiljet de benoodigde hoeveelheid kan worden ingevuld. De bestelbiljetten worden verzameld door de handelaars en landbouwvereenigingen, die ze door bomiddeling van een makelaar of commissionair inleveren bij de veevoederbureaux. De veevoederbureaux beoordeelen de juistheid der aanvragen en zenden ze door aan de toewijzings-commissie te 's Gravenhage, welke, ' in verband met de geheele aangevraagde hoeveelheid en den omvang der door het Rijksbureau voor de distributie van graan en meel beschikbaar gestelde partijen, het toe te wijzen percentage voor ieder artikel vaststelt. De aflevering aan de handelaars geschiedt dan door de importeurs, grootendeels te Rotterdam en Amsterdam gevestigd, die de partijen aan de Rêgeering betalen en deze dan afleveren aan de handelaars, welke hun door bet Comité van Graanhandelaren te Rotterdam en de Commissie voor den Graanhandel te Amsterdam in opdracht der toewijzings-commissie worden aangewezen. Door dit stelsel, hetwelk door verschillende in den graanhandel bestaande vereenigingen aan de Regeering was voorgesteld en door deze laatste met enkele kleine wijzigingen aangenomen, werd de handel althans niet geheel werkeloos. Spoedig bleek echter, dat de regeling geen plaats overliet voor die binnenlandsche graanhandelaren, grossiers genoemd, die onder hunne klanten geen of slechts een klein aantal verbruikers tellen, doch alleen of grootendeels kleinhandelaren, die op hun beurt de verbruikers bedienen. In deze leemte is spoedig