is toegevoegd aan uw favorieten.

Prae-adviezen voor het Woningcongres, te houden op Woensdag 19 en Donderdag 20 mei 1920 te Amsterdam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

91

ontkomen. Zij gevoelen, waar de schoen wringt, doch kunnen er weinig aan doen.

Thans de bouw in eigen beheer. Het koopen van materialen, het engageeren van arbeidskrachten is een werk, waarvan de éigenbouwer nagenoeg altijd verstand heeft. Ditzelfde kan niet gezegd worden van bestuursleden van gemeenten of vereenigingen, ter zake niet bijgestaan, of wel bijgestaan, maar dan toch door nog niet zelf bij de zaak belanghebbende adviseurs. Bij den aankoop van materialen doen zich nagenoeg dezelfde bezwaren voor als die, welke bij een grondaankoop aan den dag traden.

Dan, het toezicht gedurende dén bouw. Het ligt voor de hand, dat het toezicht van den eigenbouwer scherper en doeltreffender zal zijn, dan dat, uitgeoefend vanwege gemeente of vereenigingsbesturen. Men zal ons tegenwerpen, dat de eigenbouwer toch ook niét altijd zelf toeziet, en dat het toezicht veelal ook door niet belanghebbende personen geschiedt. Dit is niet onjuist, maar. niettemin is er verschil. De toezieners van de overheid en die van den eigenbouwer zijn geen van beide ondernemers, doch betaalde arbeiders. Onder beide groepen zijn actieve en niet actieve menschen. Het particuliere initiatief moedigt echter in den regel in den vorm van geldelijke belooning, de activiteit aan, of onderhoudt haar, terwijl de overheid door stramme bezoldigingsregelen weinig kan doen, om goede werkkrachten te beloonen en te behouden.

Hoe wij de zaak derhalve ook keeren of wenden, voor ons blijft vaststaan, dat de particuliere industrie göedkooper moet' kunnen werken, dan de gemeenten of de vereenigingen. Deze laatste partij heeft toch zooveel omstandigheden tegen zich, dat zij, over de geheele linie beschouwd, het moet afleggen.

Maar als nu onze bewering juist is, dat de particuliere nijverheid een woningkwantum bouwt voor a. guldens, en dat de overheid hiervoor a -f- x guldens moet neertellen, kan er dan uitsluitend op dezen grond reden zijn voor de Regeering, om te trachten de particuliere industrie aan den gang te brengen ?

Bezien van het dikwerf eenzijdige standpunt van een ftnancieman wel.