is toegevoegd aan uw favorieten.

De leerplichtwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

100

Abtdxbl 13 der Wet

Ten hoogste twee weken.

Idem. Idem.

bezoek" in het eerste hd van dit artikel en in het volgende artikel valt op te merken, dat verzuimen, waartoe verlof verleend is of die verschoonbaar zijn geacht, niet als schoolverzuim worden aangemerkt. Verzuim geheel buiten toedoen of tegen den wil van den aansprakelijken persoon wordt, zooals uit art. 6, sub 2°. blijkt, niet geacht eene overtreding te zijn in den zin der wet. M. v. A. II (1900), blz. 83.

Ten hoogste twee weken.

8. Indien de door mij voorgestelde bepalingen in hoofdzaak ongewijzigd worden aangenomen, zal men voor veldarbeid en wat dies meer zij buiten de zes1) weken niet nog eens verlof kunnen krijgen op grond van ernstige omstandigheden. De verloven voor veldarbeid zijn dan bij een afzonderlijke alinea afzonderlijk geregeld en vallen dus in dat geval buiten de regeling der vrijstellingen of verloven in de andere alinea's. Rede Minister, Hand. 1899 —1900, II, blz. 1192.

9. Waar de Leerphchtwet in art. 13 spreekt van een verlof van £en hoogste zes x) weken geeft zij daarmede niet aan de maat, volgens welke alleen dat verlof in gedeelten kan worden gesplitst, n.1. de week, en wel de voUe week, zoodat voor een gedeelte van eene week geen verlof zou kunnen worden verleend. — De woorden der wet leveren tot die opvatting geen grond. Ook niet de beraadslagingen omtrent het artikel; daaruit toch bhjkt alléén, dat verdeeling van de zes weken over kleinere tijdvakken niet in strijd met de wet zou zijn, zooals trouwens ook volgt uit art. 15. — De uitdrukking is zoo te verstaan, dat daarmede bedoeld is een tijdvak van zes weken, alzoo eene periode van 42 achtereenvolgende dagen, de Zondagen daarin begrepen. Men zal dus niet kunnen komen tot een verlof van acht weken en twee dagen (zooals mogelijk ware bij de opvatting, dat de verzorger elke week een verlof zou kunnen aanvragen enkel voor de schooldagen, die op vele plaatsen vijf per week bedragen). Evenmin zal een leerling een verlof kunnen krijgen van 84 morgenschooltijden; in een tijdvak van zes weken toch zijn ten hoogste 36 morgenschooltijden (M. v. B. Z. 8 Juli 1901, no. 4536, afd. O.).

Ongerekend de vacantiën.

10. Het maximum van den tijd, waarvoor vergunning kan worden gegeven, is op zes 1) weken gesteld. Het is mogelijk de

») Door de wetswijziging in 1920 verkort tot twee weken.