is toegevoegd aan uw favorieten.

De leerplichtwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

102

Artikelen 13 en 14 der Wet

16. De Regeering heeft niet de bevoegdheid verlof voor veldarbeid te verleenen. De eindbeslissing in deze berust bij den districts-sohoolopziener (M. v. B. Z. 28 Juli 1902, no. 5737, afd. O.).

Voor „distriots-sohoolopziener" leze men thans: „hoofdinspecteur".

Idem. Idem.

Idem.

Statistiek verlof veldarbeid.

17. Ingeval een belanghebbende in hooger beroep komt van eene beslissing van den inspecteur, verstrekt deze ingevolge art. 5 der Leerphohtbeschikking aan den hoofdinspecteur op diens verzoek de noodige opgaven in den vorm van het daarvoor vastgestelde formulier: Model D I.

18. De hoofdinspecteur geeft van zijne beshssing in hooger beroep onmiddellijk kennis aan den belanghebbende en aan den inspecteur. Bij afwijzing wordt zijne beshssing met redenen omkleed. (Art. 5 der Leerphohtbeschikking.)

19. De inspecteur houdt in een daarvoor aan te leggen register aanteekening van de door hem verleende vergunningen, van den duur waarvoor zij zijn toegestaan, van de gevallen waarin dergelijke vergunning door hem is afgewezen of ingetrokken, en van de beshssing van den hoofdinspecteur in hooger beroep.

In de maand Januari van elk jaar zendt hij aan den Minister van 0., K. en W. eene samenvatting van de in dat register gehouden aanteekeningen over het afgeloopen jaar.

Het register en de samenvatting zijn ingericht volgens daarvoor vastgesteld formulier: Model D II. (Art. 6 der Leerphohtbeschikking).

Vierde lid. Onverwijld.

Geen termijn 20. voorgeschreven.

Zie aanteekening 13 bij art. 10.

Artikel 14.

De vergunningen, bedoeld in het vorige artikel, worden alleen geweigerd:

1°. op grond van niet geregeld schoolbezoek gedurende de laatste zes maanden, voorafgaande aan de aanvrage;

2°. indien er gegronde reden is om te vermoeden, dat van de vergunning geen gebruik zal worden gemaakt voor het doel, in het eerste lid van artikel 13 omschreven;