Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor den „dikken hertog" koesterden. Zoolang hij de raadsman des prinsen was, bestond er, hoopten en vertrouwden ze, voor hun macht geen gevaar.

En de prins liep langen tijd gewillig aan den leiband. Hij was nog jong, 18 jaar,-toen hij het stadhouderschap aanvaardde: in den hertog van Brunswijk-Wolfenbuttel zag hij ook den zooveel ouderen man, den leidsman zijner jeugd. En dat eerde hem. Maar zóó m alles den wil des hertogs te volgen, dat paste niet aan den man, die tot een ernstig, veelomvattend ambt werd geroepen in de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden.

Er kwam echter spoedig naast den prins een krachtige figuur: hij trouwde met prinses Wilhelmina van Pruisen. Zij was een nicht van Frederik den Grooten, den man, die Pruisen groot heeft gemaakt, 't Is te begrijpen, dat het haar, die aan 't koninklijke hof was opgevoed, die in Duitschland gewend was aan de hooge vereering, waarmede het volk zijn vorsten omgaf, dat het haar hier aanvankelijk tegenviel. En hoemeer ze de slappe houding van haar man leerde kennen, hoe krachtiger ze zich daartegen verzetten ging. Zij was het eigenlijk, die langzamerhand de leiding kreeg van dat deel der geslonken Stadhoudersgezinde partij, dat met de meeste kracht zich tegen de nieuwe ideeën op staatkundig gebied verzette. En, hoewel Brunswijk-Wolfenbuttel haar oom was, toch trachtte zij nog eer dan WiUem, zich aan de pogingen tot voogdij, die ook na het huwelijk voortduurden, te ontworstelen.

LJV. Huisgezin, Maatschappij en Kerk in den Patriottentijd.

Het kenmerkende in het huiselijk leven in dezen tijd van achteruitgang en overgang was wel, dat meer dan ooit de goed-Hollandsche degelijkheid verdween. Zelfs in de gouden eeuw, toen er onbetwist onder de hoogere standen en in de koopmanskringen groote rijkdom gevonden werd, voerde die rijkdom niet tot zoo dwaze, uitspattingen en leeg weeldevertoon als in den Patriottentijd.

Eigenlijk mogen we dien naam nog niet gebruiken voor dezen tijd: eerst ongeveer 1780 beginnen de Staatsgezinden zich patriotten te noemen. Doch de kenmerken van dien tijd zijn reeds jaren vroeger te onderkennen. Er heerschte dus weelde in de hoogere kringen.

469

Sluiten