is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenvoudige zielkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het eerste algemeene oordeel is opgenomen en komen dan tot de conclusie, dat als a waar is en b ook, c het ook moet zijn. Het vormen van een dusdanig b esluit komt in het onderwijs voor bij verschillende vakken.

a. Alle handelssteden van beteekenis hebben goede havens.

b. Rotterdam is een handelsstad van beteekenis.

c. Rotterdam heeft goede havens.

a. Alle godsdienstoorlogen droegen een verbitterd karakter.

d. De 8o-jarige oorlog is een godsdienstoorlog.

c. In den 8o-jarigen oorlog werd verbitterd gestreden.

Dergelijke besluiten vormen we vaak bij onze studie. Er moet op gewezen worden, dat we zeer vaak tot valsche conclusies komen, doordat we de praemissen niet zuiver genoeg hebben geformuleerd. Als ik in het voorbeeld van Rotterdam als tweede praemisse had: Rotterdam heeft goede havens, dan zou ik daaruit nog niet de conclusie mogen trekken, dat Rotterdam dan een handelsstad van beteekenis moet zijn. De havens zouden nog kunnen bestaan uit vroeger tijden, het zouden oorlogshavens kunnen zijn, enz.

Genoemde voorbeelden gaan alle van het algemeene naar het bijzondere. We noemen ze deductief. (Lat. deducere = een persoon of zaak ergens van afleiden). Een besluit kan ook inductief zijn (inducere = een persoon of zaak ergens inleiden.) We volgen dan den omgekeerden weg.

7 appels + 4 appels = n appels. 7 noten -|- 4 noten = 11 noten. 7 boeken -f- 4 boeken = 11 boeken. Dan is 7 -(- 4 = 11.

105