is toegevoegd aan je favorieten.

De Reglementen der Nederlandsche Hervormde Kerk met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afschrijving betreffende de armenwet.

301

steuning wordt verleend, wordt zij verstrekt zoodanWtsri vorm en zoodanige mate, als wHrt1 hét 'öög op de behöèfteliNSffide persoonlijke eigenschappen1 in verband met de omstandigheden van den arme het meest gewenscht is om hem weder.■"WOTHiBtJaat te stelIenjiHf tiet onder•WÜÖ*h"WMt'l*lch en zijn geztoifite VifJörz4eW.,*?i'f3sa wet kan dien eisch jttW^itellen aan de kerkelijke armenzorg, omdat zij deze geheel vrij wil laten; maar de diaconieën moeten 4Wftrispiegele9t>itla*n dit artikel en uit eigen aandrift den weg

oetreaen, cue nier aangewezen wordt. De diaconale arnleilisbrg mag in geen geval op lager peil staan dan de burgerlijke. De onderstand mag defhalve ook niet op rKutk'"5SèH6| i#ijze wordWiritgereikt, dat ouden en jongen, fatsoenlijke lieden met een eervol verleden en diepgezonkenen, wier gedrag hen in dien'f toestand 'gebra^tSttWWjftftriJf*een moetfen"i%ltaan om „bedeeldttfte worden.

Opheffhlglva'n degenen, vftot wië de mogelijkhetdBtatRSIfpIléffblg^ttdstaat (en wie zou hier de uiterste gre!W<l#(W&anwijzed<'fc$umde1 het Wé*<«ttjh, en de wijze van helpen moet dahrobnMteilngeri6llW*«i

Wie tot werken in staat is, moet zooveel mogelijk ook door werk worden geholpen, zegenet tweede ilïnt*l!B'ntfl>tJfl29. De overheid legt deze beginselen door de wet aan de burgerlijke instellingen op. De 'wBrt^'ltón op hare organen in deze geen dwang uitoefenen; zij kan slechts (en dit willen wij dan ook doen) met grooten ernst de diaconieën wijzen op de beteekenis van het hier uitgesproken beginsel en haar vermalnen, te breteen met de massale bedeeling, die met'tgoMe

armenzorg in strijd is en in tegenspraak met het beginsel der diaconale armenzorg, die, krachtens haren aard, in stilte arbeidende, maatschappelijke en geestelijke opheffing der armen beoogt. -ilH(CuWart. 29 aan de burgerlijke armènzorg vergunt nog anderen dan geheel verarmden te ondersteunen, mag de diaconie hierbij zeker niet achterblijven. 'Maar dan

, volgt hieruit, dat zij bij haar verleenen van hulp aan zulke personen een anderen weg moet inslaan, dan tot hiertoe Veelal bewandeld werd. ^nïftfö^komen thans tofrfeef tweede beginsel der armentite©<^te toevot*dering van samenwerking tusschen de verschillende organen, van ar-

i m^nzöbglol 1

Dat de diaconieën niet altijd in staat zijn uit eigen middelen aan alle eischen te voldoen, weten wij maar al te wel. Niet alleen dat de geldmiddelen een beletsel zijn, maar met terrein der armenzorg heeft zich dusdanig uitgebreid, dat het beginsel.'^vari iy,veïdeèlingi;van arbeid" moet worden toegepast, wil men althans met vrucht werkzaam

-zBW3 Het moet dan ook als een groot voordeel worden beschouwd,

kfat'tfaliooze bifaopdere'instellingen zijn opgericht om doeltreffende hulp te verleenen, in allerlei bepaalde nooden. De diaconie moet

^WteWerkUBtw deze «tfweenistoken

; waardeeren en een dankbaar geI bruik daarvan maken. Een groot I euvel bleek het echter, dat^Udt ■werk van deze vereenigingi*n>HN|i ipMten gevallen, geheel buiten de diaconie omging; dat het onderzoek naar den toestand van hen, die zich als behoeftigen aanmeldden, en het verder toezicht*' van meerdere zijden tegelijk geschiedde,