Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

483

uitgesproken, vervalt bij gebreke van inschrijving binnen den daarvoor gestelden termijn.

De inschrijving van het vonnis moet geschieden in de woonplaats van partgen, n.1. de woonplaats, welke zij hebben op het oogenblik, dat het vonnis ter inschrijving wordt aangeboden. Betreft het een echtscheiding, dan zal dit in het algemeen de woonplaats van den man wezen, *) doch bij huwelijksontbinding na vijfjarige scheiding van tafel en bed kan het zijn, dat partijen hun woonplaats in verschillende gemeenten hebben. 2) Met prof. Assek 3) geloof ik, dat men in dit geval het veiligst zal handelen, als men het vonnis zoowel in de woonplaats van den man als in die van de vrouw doet inschrijven.

De heer Beedée *) meent, dat met „hun woonplaats" in art. 276 bedoeld wordt „de woonplaats van den man" en beweert daarom, dat ook vonnissen als bedoeld bij art. 260 enkel ter woonplaats van den man moeten ingeschreven worden. Bij de behandeling van het ontwerp van Februari 1832 verlangde de vierde afdeeling, „dat in het artikel wierde opgenomen de plaats, waar de inschrijving zal moeten worden gedaan, hetzij de woonplaats van den man, hetzij de plaats, alwaar het huwelijk is voltrokken". Naar aanleiding daarvan is toen de uitdrukking „hunner woonplaats" ingevoegd. 5) De aangegeven uitdrukking woonplaats van den man heeft men dus niet overgenomen, waarom blijkt niet, doch het ligt dan toch voor de hand om aan te nemen, dat men iets anders heeft willen zeggen. Ook in art. 330 van het wetboek van 1830, door het tegenwoordige art. 276 vervangen, werd gesproken van den ambtenaar van den burg. stand der vaste woonplaats van den man. Daarom en op grond van de taalkundige beteekenis der uitdrukking „hunner woonplaats", acht ik inschrijving in de woonplaats zoowel van den man als van de vrouw noodig.

Degene der echtgenooten, wier huwelijk na vijfjarige scheiding van tafel en bed ontbonden is, die de inschrijving van het vonnis verzocht, zal zich dus zoowel tot den ambtenaar van den burg. stand zijner eigen woonplaats als tot dien der woonplaats van

') Zie voor het geval, dat de vrouw curatrice over haar man is, bldz. 35. a) Zie bldz. 34.

s) P. Scholten, Asseb's handleiding, 4e druk, le deel, bldz. 317. 4) Bredée—Van den Hel», 3e druk, deel II, bldz. 255. B) Voordüin, deel II, bldz. 474.

Sluiten