Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

Waarlijk, mijn vriend De Groot heeft de gevoelens van de overgroote meerderheid onzer geloofsgenooten vertolkt.

Mag ik hem daarom broederlijk uitnoodigen eens met mij na te gaan hoe een man als Groen van Prinsterer in 1870 de dingen zag ? Hoe hij toen reeds schreef ? Hoe hij, de geniale staatsman, die wellicht de grootste plaats in onze staatkunde der XIXde eeuw inneemt, de lijnen heeft gezien waarlangs de geschiedenis né. 1870 zich zou voortbewegen, zóó zelfs, dat sommige regelen in 1914—'18 schijnen te zijn geschreven ? Wij volgen daartoe op den voet zijn Nederlandsche Gedachten, waarvan Prof. Buijs getuigde dat het inderdaad Nederlandsche Gedachten waren, en van harte hoop ik dat zijn woord menig volgeling, of althans vereerder (want dezulken heeft hij in alle partijen), tot ernstig nadenken mag brengen.

*

Wij zijn in 1870. De oorlog is uitgebroken. En de eerste vraag, die zich aan ons opdringt is deze : „Welke houding past Nedeland ? Zullen wij ons, gelijk enkelen zouden verlangen, lichtvaardig in den strijd mengen ?" Geenszins. Wij willen neutraal blijven. Niemand heeft het recht ons in deze droeve worsteling te mengen buiten onzen wil. En hoewel wij goede relatiën met de strijdvoerende partijen wenschen te behouden, blijven wij op onze hoede tegen alle.

Neutraliteit is, voor Nederland, de aangewezen gedragslijn. Oprechte neutraliteit. Neutraliteit; namelijk gewapend tegen elk die ons zou willen dwingen tot deelgenootschap aan den krijg. Het was onze leus in 1855. In 1866. Ziedaar de leus ook nu, meer dan ooit voor Koning en Volk: (1, 309.)

Men oordeele echter vrij en frank. Geen sterveling ter wereld kan ons moreel oordeel over de aanleiding tot, en het verloop van, den krijg aan banden leggen.

Het schijnt wel, dat Neutraliteit, in het Jus Gentium onzer dagen, een graad van volkomenheid bereikt, waarbij, omdat het zwaard niet mag worden getrokken, ook de stem van hart en consciëntie, in het beschaafd en christelijk Europa, niet mag worden gehoord. (1, 391.)

Daarvan wil echter een vrij en zelfstandig mdn niet weten. Hij beaamt de schoone woorden van Dr. Ch. de la Saussaye {Protestantsche Bijdragen, p. 494) :

Sluiten