Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

Dit fonds, dat bestemd was om de in sommige finantieele aangelegenheden bestaande onregelmatige toestanden tot oplossing te brengen, strekt zijn werkingsfeer zoowel over zelfbesturend als over rechtstreeks bestuurd gebied uit, en is slechts van tijdelijken aard-

2. Te Koeta Radja bestaat een plaatselijk fond», dat zijne inkomsten, behalve uit vrijwillige bijdragen voor de straatverlichting, in hoofdzaak ontvangt uit den verhuur van tafels en kasten in de uit het fonds gebouwde passerloodsen, en ten laste waarvan allerlei plaatselijke behoeften, z. a. bouw en onderhoud van passerloodsen, straatverlichting, enz-, verzorging vinden. Het beheer berust bij het Hoofd van Plaat»elijk Bestuur. De ontvangsten bedroegen in de laatste 5 jaren gemiddeld + ƒ 7000

s jaars.

3. Ook op de andere bestuursvestigingen in het gewest bestaan dergelijke kassen die op de in 1911 — 1913 onder rechtstreeks bestuur gebrachte hoofdplaatsen in de Onderhoorigheden onder der oneigenlijken naam van gemeentefondsen bekend staan.

I il. Tapanoeli.

1. Te Sibolga bestaat een plaatselijk fonds, dat in het bezit is van een vischpasser, die verpacht wordt. In het tijdvak October 19IU — September 191 I bracht die pacht / 136.— 's maands op.

2. In de verschillende deelen van het gewest zijn de adatgemeenschappen als regel niet in het bezit van plaatselijke kassen, omdat de voor storting daarin in aanmerking komende inkomsten als ambtelijke inkomsten door de betrokken adathoofden genoten worden. In het Zuidelijk Batakland, waar de koeria's thans de adatgemeenschappen zijn, heeft ons bestuur bij de toekenning van eene Gouvernements bezoldiging aan de koeria-hoofden het standpunt ingenomen, dat alle adatheffingen ten behoeve van een koeria of van de koeriahoofden als onwettig beschouwd moesten worden en verboden waren.

Slechts worden hier en daar, waar de bevolking in het genot van eigen rechtspraak gelaten is, onbeduidende plaatselijke boetekassen aangetroffen.

') Zie Batak»piegel, 4de af deeling, hoofdstuk § IV, 2; en „Het eiland Nias en zijne bewonen»'* dooi Rappard (Bijdragen tot de T. L. en V. kunde van N. I. 7de volgreeks, 8ste deel, 1909 blz. 593).

Sluiten