is toegevoegd aan uw favorieten.

Hoofdpunten der Christelijke dogmatiek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn discipelen als een voorbeeld van gebed het Onze Vader leerde (Matth. 6 : 9 w.; Luk. 11:1 vv), waarin alle geestelijke en lichamelijke behoeften zijn aangeduid.

D. De Kerk.

§ 26. De Gemeenschap der heiligen.

Het heil in Christus is er niet om enkele op zich zelf staande personen te redden en te heiligen, maar ook om de geloovigen samen te binden en in deze wereld te doen optreden tot verheerlijking Gods, tot redding van verlorenen. Deze vergadering der geloovigen was er van den beginne der wereld aan, maar viel samen met het leven van de geslachten, later van het volk Israël; eerst door de uitstorting des Heiligen Geestes maken de discipelen zich los van het Joodsche volk en krijgt de gemeenschap der heiligen haar zelfstandig bestaan.

Zij draagt den naam van Kerk, een woord dat waarschijnlijk uit een" "Grieksch bijv. naamw. is ontstaan en (huis) des Heeren beteekent. Evenals het woord synagoge ging het woord kerk over van de vergadering der geloovigen op het gebouw der samenkomst, maar dat is dus een afgeleide beteekenis. Het woord kerk wordt in onze Statenvertaling niet gebruikt, maar gemeente. Hiermede wordt zoowel een plaatselijke vergadering van geloovigen (Matth. 18:17; of zelfs een huisgemeente, b.v. Filemon : 2) als de gemeente in haar geheel <Matth. 16 : 18) aangeduid. Of de kring wat grooter of kleiner is, doet er niet toe; waar geloovigen zijn, daar is de gemeente, want waar twee of drie in Christus* naam vergaderd zijn, daar is Hij in hët midden (Matth. 18 : 20).

Deze gemeente nu is een eenheid. Dat wil niet zeggen, dat er niet allerlei verscheidenheid is; ieder lid der

84