Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Titel 2

— 497 —

Art 1929

die akte verleden is. of door een zijner opvolgers of door openbare ambtenaren die als zoodanig de minuten onder hunne berusting hebben, kunnen dezelve nimmer anders dan tot een begin van bewijs door geschrift verstrekken; 4°. Authentieke afschriften van authentieke afschriften, of van onderhandsche akten, kunnen, naar omstandigheden, een begin van schriftelijk bewijs opleveren. (C. 1335; B. 24, 1908, 1925, 1939; R. 19, 62, 64, 187, 430, 436, 838 v., 841, 843.)

1927. De overschrnving van eene akte in de openbare registers kan alleenlijk tot een begin van bewijs door geschrift verstrekken. (C. 1336 ; B. 671, 743, 760, 767, 784, 807, 865, 1224 v., 1939 ; K. 23, 38, 309. 571.)

1928. Akten van erkentenis ontslaan van de verpligting om den oorspronkelijken titel te berde te brengen, mits daaruit genoegzaam van den inhoud des titels blijke. (C. 1337 ; B. 1925 ; R. 147 v.)

1S29. Eene akte waarbij eene verbindtenis, tegen welke de wet eene vordering tot nietigverklaring of tenietdoening toelaat, bevestigd of bekrachtigd wordt, is slechts van waarde, indien zjj melding maakt van den hoofdinhoud dezer verbindtenis, alsmede van de redenen waarom de tenietdoening zoude kunnen gevraagd wordën, en van het oogmerk om het gebrek, waarop die vordering zoude berusten, te verbeteren.

Bij gebreke van eene akte van bevestiging of bekrachtiging, is het voldoende dat de verbindtenis vrijwillig is ten uitvoer gebragt na rtet tijdstip waarop dezelve, op eene bestaanbare wijze had kunnen bevestigd of^bekracntigd worden.

De bevestiging, bekrachtiging of vrijwillige nakoming eener verbindtenis, in den vorm en op het tijdstip, door de wet vereischt, gedaan, wordt gerekend voor eenen afstand der middelen en exceptien, welke men anders tegen die akte zoude hebben kunnen in het midden brengen; onverminderd nogtans het regt van derden. (C. 1338 ; B. 172, 1363, 1421, 1482 v., 1492, 1844, 1897, 1931.)

Sluiten