Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

Met dezen stand van zaken voor oogen is het een gebiedende eisch, middelen te beramen niet alleen om den jongen (nieuwen) riet-aanplant zooveel als in ons vermogen is, onafhankelijk te maken van een onregelmatigen regen-tijd, 't zij die dan te laat invalt of te vroeg eindigt, maar ook zóódanige maatregelen te nemen dat de maalriet-tuinen tegen afsterven behoed worden in den tijd, dat de beschikbare hoeveelheid irrigatie-water geheel voor den jongen aanplant benoodigd is.

De middelen, die ons daartoe ten dienste staan, zijn de navolgende: i°. Het niveau van het grondwater op zóódanige hoogte te houden, dat de door de rietwortels geoccupeerde ondergrond ten gevolge der capillariteit vochtig gehouden wordt. 2°. De watercapaciteit van den grond te verhoogen. 3°. Het wortelstelsel zich zoo diep mogelijk in den ondergrond

te doen uitbreiden. 4°. Het door de draiheer-goten afvloeiende regenwater en irrigatiewater niet verloren te doen gaan. 5°. Het planten van tegen droogte bestand zijnde rietsoorten.

Daar deze middelen respectievelijk met de draineering en bevloeiing, bewerking, bemesting en het planten, en ook onderling verband houden, is het, ter voorkoming van noodelooze herhalingen eenvoudiger, den invloed na te gaan, welken de tot heden gevolgde cultuur-methode op Java op het riet uitoefent in dit opzicht, en de genoemde handelingen dus achtereenvolgens te beschouwen.

Weliswaar werden de in den tekst beschreven proefnemingen in Brazilië gedaan en niet op Java; zij zijn echter aan de dctér heerschende omstandigheden getoetst; en, daar zooals successievelijk zal blijken, geene der aanbevolen handelingen tegen bestaande toestanden indruischt, lijkt eene proefneming aanbevelenswaardig.

Sluiten