is toegevoegd aan uw favorieten.

De gelukzoeker

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

flauwte. Gedachteloos lag ze de kamer met haar doffe oogen aan te kijken. Toen drong de gewaarwording tot baar door, alsof zij dood was geweest, haar het leven weer opnieuw was verschenen; zelfs de kleine voorwerpen op het tafeltje bij haar bed, stonden daar in hun dichtbije tastbaarheid als iets nieuws, alsof zij zich over hun vormen verwonderen moest. En ook de weide, de lucht, dat, wat de wereld was, behoorde bij dat ongewisse beeld. Zij keek nog eens rond in de. kamer, die om haar heen sloot, doch zij vond de vertrouwelijkheid der dingen niet terug. Een vervreemding leek geslopen tusschen haar waarneming en haar zelf. Alsof een band, die haar nauw hechtte aan elk voorwerp in haar huis, was losgeglipt.

Tusschen twaalf en twee, geregeld eenige dagen, kwam Dr. Lanz de ziekenkamer binnen. Hij bracht wat druiven, een of andere lekkernij; bedrijvig deed 'hij de druiven op een schoteltje, waschte ze, ze houdend in een straal water dien hij uit de lampetkan goot, wierp dat water weg, wiesch zelf zijn handen weer, was altijd bezig in de ziekenkamer, stil, handig wel, maar nooit toevend in rust bij zijn vrouws bed, nooit zittend daar, terzij op den stoel, welke Dirkje voor den dokter klaar zette eiken ochtend.

Een zenuwachtige gejaagdheid dreef hem voort; bij wilde wel alles doen, wat de zieke van nut kon zijn; een gruwelijke angst viel hem op 't lijf, als hij dacht den dokter te moeten vragen naar zijn oordeel over de zieke.

Op een middag, toen hij uit school thuis, lusteloos in den schemeravond het tuintje stond in te zien, denkend aan de toekomst, die zich voor hem omfloerste, aan het verleden, waarin hij niet blikken dorst, dreef zijn angst hem de deur uit. Hij belde bij den dokter aan, die hem zelf opendeed.

U4