is toegevoegd aan uw favorieten.

De hooge toren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

Maar op haar noodend: „kom jongen, neem 't gerust," durfde hij niet langer weigeren, nam 't koekje aan.

Mevrouw vroeg naar zijn moeder en glimlachte bij Henks ouwehjk-bezorgd antwoord, dat 't „na omstandigheden nogal ging."

„En je vader, waar werkt die tegenwoordig?"

„Vader hêt op heden geen vast werk Mevrouw."

't Antwoord kwam haperend, als schaamde de jongen zich ervoor.

„Zoo... ja... dat is niet prettig," goedigde Mevrouw en in hare oogen kwam medelijden op met den jongen. Die Vermeer was niet veel zaaks, maar met zijn vrouw en kinderen moest je medelijden hebben. Wat zag die jongen er zwak uit! zeker kreeg hij maar half genoeg te eten.

„Wil je een lekker hapje hutspot hebben?" vroeg ze. „Ga dan maar mee. naar de keuken."

Zij ging hem al vóór naar de deur, maar bleef ietwat verwonderd staan bij Henk's: „dank u, ik heb geen honger."

Toen zij zich naar hem toekeerde, zag Mevrouw Overstein 't jongensgezicht vuurrood overbloosd. Zij begreep: hij wou niet weten dat hij 't armoedig had! Arme jongen! toch was het dwaasheid; zij bood 't immers vriendelijk aan.

En ietwat kregehg klonk haar aanmoedigend: „je kunt 't gerust aannemen, -een jongen lust altijd wel wat."

Maar juist 't kregelige nam voor Henk het vriendelijke van de aanmoediging weg en nog eèns bedankte hij.

Toen het Mevrouw hem gaan; haar groet klonk ietwat koel. „Compliment aan je moeder en 't beste met haar," voegde zij er toch bij.

Henk liep door de gang naar de voordeur, die het dienstmeisje voor hem opendeed.

Buiten, in de scherpe kou, voelde hij opnieuw de weldoende koestering van de warme jas om zijn lichaam.

Hij had Mevrouw nog wel eens mogen bedanken, overdacht hij, maar tegelijk rees opnieuw in zijn hart een duister besef, dat hem op een of andere manier onrecht was aangedaan.

Het bleef een vaag gevoel van onlust, hemzelf maar