is toegevoegd aan uw favorieten.

De dubbelganger

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen, was het vrij licht geworden. Ik liep dus op zij van den weg, zooveel mogelijk de boomen van de allée tusschen hèm en mij houdende, en het gelukte mij inderdaad op deze wijze het Walter-plein te bereiken. Rechts van ons lag het Hotel „Schwarzer Greif", dat nu natuurlijk wel anders heeten zou, maar waaraan ik — onder zijn Duitsche benaming — zulke aangename en interessante herinneringen had. Het zag er doodsch en verlaten uit, maar de deur stond open en daarvóór stond een militaire auto.

Signor Ferri wisselde eenige woorden met den bestuurder daarvan en deze daalde daarop van zijn zitplaats af en riep naar binnen eenige woorden, die ik niet verstaan kon, omdat ik daarvoor niet dicht genoeg durfde naderen. Dadelijk daarop kwam er een Italiaansche onder-officier naar buiten, met wien Signor Ferri eenige oogenblikken sprak, daarbij nu en dan heftig gesticuleerende. Na ongeveer vijf minuten legde de onder-officier zijn hand groetend aan de képi en verdween, na dwars over het plein gegaan te zijn, in de richting van de binnen-stad. De kleine Italiaan daarentegen keek eerst nog eens goed rond en ging daarna naar binnen.

Ik verkeerde in eenige verlegenheid over de vraag, wat mij te doen stond. Zou de man, wiens gangen ik geroepen was te surveilleeren, weer voor den dag komen of zou hij den nacht hier doorbrengen? Ook viel mij plotseling de mogelijkheid in, dat hij, wanneer hij vervolging vreesde, het hotel door een achterdeur weer verlaten zou. Het was onmogelijk, op al zulke eventualiteiten voorbereid te zijn. Ik besloot, althans voorloopig, te wachten, of hij weer langs den normalen weg voor den dag zou komen; maar ik voelde levendig, dat de taak, die ik op mij genomen had, voor één persoon vrijwel ondoenlijk was en vermoedelijk met mislukking eindigen zou. Met dit bewustzijn, alleen in donker en koude te staan, was niet vroolijk! Maar ik troostte mij met de gedachte, dat ik aldus tenminste deed wat mogelijk was.

Tot dusverre had ik gestaan op den hoek van de straat»

114